Al-chemie op QFF

Alle topics over alchemie en dergelijken tref je hier aan.
User avatar
baphomet
Administrator
Administrator
Posts: 23815
Joined: Sat 21 Aug 2010, 16:08

Sun 02 Jan 2011, 04:41



Tja het is nieuwjaarsdag en QFF just keeps on truckin'... Vanavond kwam het onderwerp alchemie voorbij in de QFF schreeuwdoos en opeens besefte ik me dat we daar nog geen specifiek artikel /topic over hadden. Bij deze trap ik dus af met een algemene inleiding om vervolgens met z'n allen in de comments het onderwerp uitvoerig te kunnen bespreken. Want volgens mij eijn er aardig wat alchemisten op QFF.

Eerst maar eens even een fijn filmpje dat ik net op Youtube tegen het spreekwoordelijke lijf liep...



Maar goed, terug naar Alchemie dus! Voor een algemene en wat uitgebreidere omschrijving ben ik zo brutaal geweest even een tekst ordinair te "leentjeburen"...

Alchemie of alchimie (van het Arabisch: ????????, al-kimia) is een natuurfilosofie van veel verschillende culturen uit vroeger tijden. Zo waren er alchemisten in het Oude Egypte, in het China van Lao Tzu, in het Hellenistische Griekenland van Alexander de Grote en in de 10e eeuw in het Midden-Oosten. Alchemisten poogden goud en andere edele metalen te produceren en zochten naar de steen der wijzen maar er waren ook alchemisten die dit slechts beschouwden als een bijproduct van hun eigen innerlijke verandering.

Vooral sedert de renaissance ontwikkelde de alchemie in Europa zich stilaan tot een meer filosofische en spirituele discipline. Vanaf de 17e eeuw werd het geleidelijk vervangen door moderne scheikunde en farmacologie.

De huidige inzichten in elementen tonen aan dat het onmogelijk is andere metalen langs chemische weg in goud om te zetten. In 1980 slaagde de Amerikaanse atoomfysicus Glenn Seaborg er wel in door middel van kernreacties, maar zijn methode was veel te kostbaar om op grote schaal goud te produceren uit andere elementen.

Aangenomen wordt dat het woord alchemie een samenstelling is van al en chemie of chem. Al is een Arabisch lidwoord maar het is onduidelijk of het tweede deel eveneens van Arabische origine is aangezien in de meeste oude talen gelijkaardige woorden voorkomen met een betekenis die verband lijkt te houden met het beoefenen van de alchemie. Zo is het mogelijk afgeleid van het Griekse (??????; chumeia) en betekent dan 'gieten' of 'infusie', waarbij de betekenis specifiek in verband wordt gebracht met de studie van de sappen van planten. Vandaar zou het betekenisveld dan uitgebreid zijn tot chemische manipulaties in het algemeen.

Het woord alchemie zou ook kunnen zijn afgeleid van khem of khamé, het hiëroglief km,
km

dat 'zwarte aarde' betekent en bij Plutarchus voorkomt als ??????, uitgelegd als 'de Egyptische kunst'. Het woord zou voor de eerste keer zijn voorgekomen in de werken van Julius Firmicus, een astrologisch schrijver uit de 4e eeuw. Het lidwoord al zou dan later als prefix zijn toegevoegd door een kopiist.

In de Chinese traditie was het doel tot de 12e eeuw steeds 'praktisch' opgevat. Enerzijds was er het maken van goud, anderzijds de zoektocht naar een levensverlengend middel. Over het eigenlijke doel van de westerse alchemie blijft echter veel onduidelijk. Alchemistische geschriften zijn in de regel immers zeer occult (duister) opgesteld. Alchemistische auteurs gebruikten een soort geheimtaal met symbolen grotendeels ontleend aan de astrologie, zodat alleen 'ingewijden' toegang hadden tot de veronderstelde wijsheid van de alchemie. Tot aan Paracelsus was het voornaamste doel van de alchemisten het vervaardigen van de steen der wijzen om zo rijk en onsterfelijk te worden. De 16e-eeuwse arts bracht hier verandering in. Hij vond dat de alchemist zijn futiele zoektocht naar het fonkelend goud moest staken en de mensheid beter kon dienen door onderzoek naar betere medicijnen. Het was echter vooral door de opgang van de moderne wetenschap vanaf de 17e eeuw dat alchemie meer en meer een 'innerlijke' discipline werd. Auteurs als Jakob Böhme (1575-1624) en Thomas Vaughan (1621-1665) werkten heel waarschijnlijk al niet meer in een laboratorium. Deze schrijvers identificeerden de steen der wijzen vaak met Christus en waren met evenveel recht mysticus te noemen als alchemist.

Alchemie bestrijkt diverse filosofische tradities verspreid over ongeveer vier millennia en drie continenten. Men kan ten minste drie grote tradities onderscheiden die grotendeels onafhankelijk van elkaar ontstonden: de Chinese alchemie, de Indiase alchemie en de westerse alchemie. Deze laatste ontstond rond de Middellandse Zee, waarbij in de loop van enkele duizenden jaren haar centrum verschoof vanuit het Oude Egypte naar de Grieks-Romeinse wereld en via islamitische beoefenaars ten slotte het middeleeuwse Europa bereikte. Chinese alchemie was nauw verbonden met het taoïsme en de Indiase alchemie met de dharma religies, terwijl westerse alchemie haar eigen filosofische systeem ontwikkelde onder invloed van diverse westerse religies. In hoeverre de genoemde drie tradities elkaar in de loop der tijden hebben beïnvloed en of ze mogelijk een gemeenschappelijke oorsprong hebben, blijft een onbeantwoorde vraag.

De vroegste Chinese alchemisten lijken de taoïsten geweest te zijn. Aan de oorsprong van deze traditie zou de wijze Lao Tzu liggen, die leefde omstreeks 550 v.Chr. De beschrijvingen van de Tao (de weg) hebben veel gemeen met de prima materia zoals bijvoorbeeld Paracelsus ze opvatte, namelijk als 'de Moeder van Alle dingen' waarbij alle dingen geschapen zijn uit een enkele materie.

Terwijl de westerse alchemie uitgaat van 4 elementen en 3 principes, maakt de Chinese alchemie gebruik van de elkaar complementerende principes van yin en yang. Yin representeert hierbij het passieve, vrouwelijke element, en yang het actieve mannelijke. (In de westerse alchemie vinden we ditzelfde idee terug onder verschillende namen: sulfur en mercurium, het vaste en het vluchtige, Sol en Luna, Koning en Koningin.)

Zoals ook in het westen het geval is, kwam alchemie in twee vormen voor:

    * een innerlijke, spirituele alchemie, Nei Tan genoemd
    * een praktische, (laboratorium)alchemie, Wei Tan genoemd

De 'uiterlijke' Wei Tan-alchemie was dominant tot ongeveer de 12e eeuw, waarna onder invloed van het boeddhisme Nei Tan de overhand kreeg. Het hoofddoel van Wei Tan was het elixer of de 'pil' van onsterfelijkheid. De Chinese alchemisten deden in hun laboratoria als gevolg van hun zoektocht naar dat elixer talrijke ontdekkingen en legden zo de fundering van de Chinese wetenschap en de scheikunde in het bijzonder.

Net zoals Chinese alchemie ondenkbaar is zonder taoïsme, zo is Indiase alchemie ondenkbaar zonder het hindoeïsme. En net zoals haar Chinese tegenhanger is de Indiase alchemie vooral bezig met de productie van elixers om het leven te verlengen. Het idee dat twee tegenstellingen (polariteiten) aan de basis liggen van de dingen is ontleend aan het hindoeïsme: Shakti als vrouwelijk principe is de actieve Moeder/Vernietiger, en is de oorzaak van de eindeloze verandering van de wereld. Shiva daarentegen is de constante, passieve, mannelijke energie. Het lijkt er ook op dat de Chinese en Indiase traditie deze principes delen en dat er een vorm van uitwisseling is geweest. Indiase alchemie heeft ook een aantal overeenkomsten met yoga en tantra: alle drie streven ze zuiverheid van lichaam en geest na, een soort veredeld lichaam waar tijd en verval geen vat op hebben. De adembeheersing en het werk met de chakra's vindt men bijvoorbeeld ook terug in zowel tantra als Indiase alchemie. Beiden streven ernaar om latente energieën in het lichaam vrij te maken met als uiteindelijk doel het bereiken van verlichting. De gelijkenis met wat westerse alchemisten van de steen der wijzen verwachtten is opvallend. Bij de oudste Indiase alchemistische teksten horen degene die worden toegeschreven aan Nagarjuna, een Boeddhistische wijze. In zijn geschriften benadrukt hij - net zoals de westerse alchemisten - dat al wie het alchemistische pad wil bewandelen, behalve intelligent en volhardend, vooral zuiver van geest moet zijn.

Indiase alchemisten deden ook wetenschappelijke uitvindingen die pas later het westen zouden bereiken. Zo ontdekten ze reeds in de 12e eeuw het belang van de kleur van de vlam bij de analyse van metalen, en sommige metallurgische processen kenden ze al drie eeuwen vóór Paracelsus, Agrippa en Agricola. Ook het intern (medicinaal) gebruik van metalen pasten ze zes eeuwen vóór Paracelsus toe. Onze moderne 'vitaminepil ' is hier een afstammeling van.

De Tamil Siddhars uit Zuid-India claimden af te stammen van een verzonken continent dat ooit in de Indische Oceaan had gelegen. Zij waren yogameesters en benadrukten dat het doel van het 'Grote Werk' zelfontwikkeling was en niet de productie van edele metalen. Volgens hun traditie zou de eerste Siddhar Agastyar geweest zijn, een legendarische wijze die - net zoals Hermes Trismegistus in het westen - als een soort leraar de kennis van kunsten en wetenschappen aan de mensheid zou hebben doorgegeven.

Het spoor naar de oorsprong van de westerse alchemie leidt naar het oude faraonische Egypte. Metallurgie en mystiek waren onlosmakelijk met elkaar verbonden in de oude wereld. Er wordt door Zosimos beweerd dat alchemie in het Oude Egypte het domein was van de priesterklasse.

Egyptische alchemie is ons vooral bekend dankzij de geschriften van oude Hellenistische (Griekse) filosofen, wier teksten vaak alleen overgeleverd zijn in Syrische en Arabische vertalingen. Originele Egyptische documenten over alchemie zijn schaars. Hieronder bevindt zich het Stockholm papyrus en het Leyden X papyrus. Vele geschriften gingen verloren toen keizer Diocletianus in 292 de verbranding van alchemistische boeken gebood na het onderdrukken van een opstand in Alexandrië, dat tot dan toe een centrum van Egyptische alchemie was geweest.

Volgens de legende zou de Egyptische god Thoth de stichter zijn van de Egyptische alchemie. Hij werd door de Grieken Hermes-Thoth of Hermes Trismegistus genoemd. Hij zou 'de tweeënveertig Boeken van de Kennis' geschreven hebben, die alle mogelijke domeinen van kennis, alchemie inbegrepen, bestreken. Het symbool van Hermes was de caduceus of slangenstaf, die een van de belangrijkste symbolen van de alchemie werd. Het 'Emerald Tablet' of 'Smaragden Tafel' werd via Griekse en Arabische vertalingen bekend als de Hermetica van de drievoudig-grote-Hermes en vormde de basis van de westerse alchemistische filosofie.

De Hellenistische stad Alexandrië in Egypte was een centrum van Griekse alchemistische kennis, en behield haar reputatie gedurende het grootste deel van de Griekse en Romeinse tijd. De Grieken eigenden zich de hermetische opvattingen van de Egyptenaren toe en vermengden deze met hun eigen filosofieën zoals het Pythagorisme, de Griekse natuurfilosofie en het gnosticisme. Ook elementen uit het werk van Plato en Aristoteles zijn opgenomen in de hellenistische versie van de alchemie.

Een zeer belangrijk concept dat in deze tijd werd geïntroduceerd, namelijk het idee dat alle dingen in het universum ontstaan zijn uit slechts vier elementen - aarde, lucht, water en vuur -, was ontwikkeld door Empedocles en uitgewerkt door Aristoteles.

De Romeinen adopteerden de Griekse alchemie en metafysica, zoals ze dit ook met de wetenschap en filosofie deden. De ontwikkeling van het christendom in het Romeinse Rijk bracht echter een verandering in de algemene houding ten aanzien van de alchemie, vooral door de invloed van Augustinus van Hippo (354-430), een vroegchristelijke filosoof die schreef over zijn geloof kort voor de val van het West-Romeinse Rijk. Hij stelde dat zowel de rede als het geloof zouden kunnen worden gebruikt om God te begrijpen en daarin was geen plaats voor experimentele filosofie. Deze gedachten van Augustinus maakten de alchemie in de middeleeuwen verdacht en wie zich ermee bezighield ging in tegen de christelijke leer.

Na de val van het West-Romeinse Rijk verschoof de focus van de alchemistische ontwikkeling naar de islamitische wereld. Heel wat vroege geschriften over alchemie zijn dankzij islamitische vertalingen overgeleverd en de islamitische alchemie is goed gedocumenteerd. Het woord 'alchemie' zelf is afgeleid van het Arabische woord al-???????? kimia. De islamitische wereld was een smeltkroes voor de alchemie, waarbij vooral in de 7e en 8e eeuw elementen uit het platonische en aristotelische denken werden toegeëigend door de hermetische wetenschap.

Belangrijk voor de alchemie als praktische wetenschap was Jabir ibn Hayyan (gekend als "Geber" in Europa). In de 8e eeuw introduceerde hij een nieuwe benadering van alchemie, gebaseerd op een wetenschappelijke methodiek, met in een laboratorium gecontroleerde experimenten. Dit in contrast met de oude Griekse en Egyptische alchemisten wier werk vaak allegorisch en (dus) onbegrijpelijk was. Door velen wordt Jabir dan ook beschouwd als 'de vader van de scheikunde", al geven anderen deze titel liever aan Robert Boyle of Antoine Lavoisier.

Islamitische alchemisten zoals Mohammed ibn Zakariya Razi (Rasis Rhazes) en de al genoemde Jabir ibn Hayyan droegen een aantal belangrijke chemische ontdekkingen bij, zoals de techniek van de distillatie (de woorden alambiek en alcohol zijn van Arabische oorsprong), muriatic (zoutzuur), zwavelzuur, salpeterzuur, soda, potas en meer. De ontdekking dat aqua regia (koningswater) - een mengsel van salpeterzuur en zoutzuur - goud, de edelste aller metalen, kon doen oplossen, werkte sterk op de verbeelding van de alchemisten die na hen kwamen.

In deze periode traden een aantal afwijkingen op van de door Augustinus beïnvloede beginselen van de vroeg christelijke denkers. Sint-Anselmus (1033-1109) was een benedictijn die stelde dat geloof de rede moest voorafgaan, maar gaf tevens aan dat ze compatibel waren. Op die manier stimuleerde hij het rationalisme binnen een christelijke context. Er volgde een ware filosofische explosie. Petrus Abaelardus volgde Anselmus' werk en legde zo de basis voor de studie van Aristoteles, nog voor de eerste werken van Aristoteles het westen bereikten. Zijn belangrijkste invloed op de alchemie was zijn stelling dat Platoonse ideeën (nu universalia genoemd) geen apart bestaan buiten het bewustzijn hadden.

Albertus Magnus (1193-1280) en Thomas van Aquino (1225-1274) waren beiden Dominicanen die Aristoteles bestudeerden. Beiden trachtten de verschillen tussen filosofie en christendom te verzoenen. Thomas deed ook een groot deel van het werk in de ontwikkeling van de wetenschappelijke methode.

De eerste echte alchemist in het middeleeuwse Europa was Roger Bacon. Zijn werk betekende voor de alchemie evenveel als wat Robert Boyle voor de chemie en Galileo voor astronomie en natuurkunde hadden gedaan. Bacon (1214-1294) was een franciscaner van Oxford die naast alchemie optica en talen bestudeerde. Het franciscaanse ideaal om de wereld te nemen zoals hij was in plaats van hem af te wijzen, leidde tot zijn overtuiging dat experimenten belangrijker waren dan redeneren.

De Fransman Nicolas Flamel was een van de weinige alchemisten die in deze voor alchemisten moeilijke periode schreef. Flamel leefde van ca. 1340 tot 1418 en zou het archetype worden voor de alchemisten na hem. Hij was geen religieuze geleerde zoals veel van zijn voorgangers. Zijn hele interesse in alchemie draaide rond de zoektocht naar de steen der wijzen, waarvan hij ook beweerde de formule gevonden te hebben. Gedurende de late middeleeuwen (1300-1500) waren alchemisten net als Flamel geconcentreerd op zoek naar de steen der wijzen en het elixer van de jeugd.

De Duitser Heinrich Cornelius Agrippa (1486 - 1535) was een alchemist die van zichzelf geloofde dat hij geesten kon oproepen. Zijn invloed was niet zo groot, maar net als Flamel produceerde hij geschriften waar door latere alchemisten naar verwezen zou worden. Eveneens net als Flamel heeft hij veel gedaan om alchemie van een mystieke filosofie om te vormen tot een occulte magie.

De termen chemie en alchemie werden in de renaissance als synoniemen gebruikt en de verschillen tussen alchemie, chemie en metallurgie waren niet zo helder afgebakend als in de huidige tijd. In de praktijk waren er belangrijke overlappingen en de beoefenaars proberen in te delen in magiërs (alchemisten), wetenschappers (apothekers) en ambachtslieden (metallurgen) is eigenlijk anachronistisch.

De belangrijkste naam in deze periode is Aureolus Philippus Paracelsus (Theophrastus Bombastus von Hohenheim, 1493-1541), die de alchemie in een nieuwe vorm heeft gegoten. Hij wees een deel van het occultisme af dat door de jaren heen was verzameld en bevorderde het gebruik van waarnemingen en experimenten om de kennis over het menselijk lichaam te vergroten. Paracelsus was ook een pionier in het gebruik van chemicaliën en mineralen in de geneeskunde. Hij voegde aan de klassieke 4 elementen-theorie het tria prima van mercurium, sulfer en zout toe en maakte zijn eigen hybride vorm van alchemie en wetenschap die iatrochemie (chemie van de arts) werd genoemd. Ziekte en gezondheid van het lichaam waren volgens hem afhankelijk van de harmonie tussen de mens (de microkosmos) en de natuur (de macrokosmos).

In Engeland werd alchemie in die periode vaak geassocieerd met Doctor John Dee (13 juli 1527 - december 1608), beter bekend door zijn rol als astroloog, cryptograaf en algemeen 'wetenschappelijk adviseur' van koningin Elizabeth I. Dee werd beschouwd als een autoriteit op gebied van het werk van Roger Bacon, en was voldoende in de alchemie geïnteresseerd om er een boek over te schrijven: de Monas Hieroglyphica uit 1564, een werk dat duidelijk beïnvloed was door de kabbala. Dee werkte een tijd samen met de exuberante Edward Kelley, die beweerde met engelen te communiceren door middel van een kristallen bol en claimde een poeder te bezitten dat kwik zou veranderen in goud. Kelley zou door zijn exuberante uitspraken en gedrag aan de basis liggen van het populaire beeld van de alchemist-charlatan dat overal in de literatuur opdook.

Tycho Brahe (1546-1601), beter bekend om zijn astronomische en astrologische onderzoeken, was ook een alchemist. Hij had voor dat doel een laboratorium laten bouwen in zijn Uraniborg observatorium.

De ondergang van de westerse alchemie vanaf de 17e eeuw werd veroorzaakt door de opkomst van de moderne wetenschap met haar nadruk op strenge kwantitatieve experimenten en haar minachting voor "oude wijsheid". Hoewel deze ontwikkeling al in de 17e eeuw begon, zou de alchemie nog 200 jaar aanhangers voor zich winnen en in feite beleefde zij in de 18e eeuw nog een hoogtepunt. Nog in 1781 beweerde James Price een poeder gemaakt te hebben dat kwik in zilver of goud kon transmuteren.

Robert Boyle (1627-1691) - die vooral bekend is geworden vanwege de wet van Boyle - was de pionier in de toepassing van de wetenschappelijke methode bij chemisch onderzoek. Met hem en wetenschappers als Antoine Lavoisier en John Dalton begon de moderne scheikunde. Tegelijkertijd leidde de paracelsische alchemie tot de ontwikkeling van de moderne geneeskunde. Wetenschappers als William Harvey ontdekten dankzij experimenten geleidelijk aan allerlei belangrijke lichaamsfuncties zoals de circulatie van de bloedsomloop, en later de ware oorsprong van allerlei ziektes (Robert Koch en Louis Pasteur, 19e eeuw) en de precieze functie van vitaminen (James Lind, Christiaan Eijkman, Casimir Funk et al.).

De opkomst van deze moderne disciplines had tot gevolg dat de alchemie als studie niet meer aan de universiteit werd onderwezen en dezelfde weg opging als andere esoterische wetenschappen; het werd gezien als de belichaming van kwakzalverij en bijgeloof. Niettemin bleven de rozenkruisers en vrijmetselaars grote belangstelling voor de traditionele alchemie tonen; zo zijn er in de Bibliotheca Philosophica Hermetica en het Cultureel Maçonniek Centrum 'Prins Frederik' nog een groot aantal boeken over dit onderwerp terug te vinden.

In "Modern Alchemy, Occultism and the Emergence of Atomic Theory" betwist prof. Mark Morrisson nochtans de verwerping van de alchemie als een soort voetnoot bij de wetenschap. Hij toont in deze studie de invloed van de alchemie op de ontluikende 19e en 20e eeuwse subatomaire wetenschappen aan. Hierbij maakt hij niet alleen gebruik van notities van laboratoria uit die tijd, maar ook van alchemistische teksten, wat hem brengt tot de conclusie dat tijdens de geboorte van de moderne kernfysica de wegen van wetenschap en occultisme - zo vaak als antithetisch beschouwd - voor korte tijd samenvielen.

De principes van de alchemie worden duidelijk beschreven in 'The Mirror of Alchemy', een in 1597 (Londen) gedrukt werk, waarvan twee van de vier verhandelingen, waarschijnlijk foutief, werden toegeschreven aan Roger Bacon.

Het boek begint met een simpele definitie van alchemie: "Alchemie is een wetenschap, die leert hoe gelijk welk metaal in een ander kan worden omgezet, door middel van het juiste medicijn (...)"  Dit is nu precies de basisopvatting over materie in de alchemie. Ze is terug te voeren op Aristoteles' concept. Deze filosoof had een dualistische visie op materie en postuleerde hierbij een soort pre-existente, vormloze 'prima materia, waarop verschillende vormen en identiteiten 'gedrukt' konden worden. De meest basale vormen in dit concept waren de 4 kwaliteiten: koud, heet, vochtig en droog. Door deze eenvoudige 'vormen' te combineren werden de 4 elementen verkregen:

    * aarde (koud en droog)
    * water (koud en vochtig)
    * vuur (heet en droog)
    * lucht (heet en vochtig)

Door verschillende permutaties van deze elementen werden vervolgens de specifieke substanties gevormd van de materiële wereld. De elementen zijn onderling inwisselbaar: water kan omgezet worden in stoom (lucht), en op dezelfde manier geeft een vaste substantie stoom af als het wordt verhit. Dit fenomeen van chemische verandering werd opgevat als een mogelijkheid tot transformatie, verandering van de vorm. Op basis van deze theorie werd het mogelijk geacht om het ene metaal in het andere te veranderen, te transmuteren.

Door de 'vorm' van het lood, het koper of het kwik eerst weg te nemen kon vervolgens de 'vorm' van het goud hierin worden opgelegd. In deze animistische opvatting van materie werd dit proces gezien als de 'dood' van het onzuivere basismetaal en zijn hergeboorte als het zuivere goud of zilver. Om nu na de 'dood' van het basismetaal het edele metaal te kunnen vormen, was nog iets nodig: eens soort scheikundig middel om dit te laten gebeuren. The Mirror of Alchemy verwoordt dit als volgt: "Alchemie is een wetenschap die leert hoe een bepaald medicijn samen te stellen, Elixer genaamd, dat metalen of onvolmaakte materie volmaakt maakt door middel van projectie." Dit 'universele medicijn of Elixir (uit het Arabische al-iksir, 'het poeder') was ook gekend onder andere namen, zoals het tinctuur, de steen der wijzen en tal van andere namen.

Het hele proces (Magnum Opus) dat hierna wordt beschreven, leverde uiteindelijk 'goud' op, het metaal verkregen door de transmutatie. Die zuiverheid van het goud was de kwaliteit die de alchemist nastreefde, en hierin lag ook de ambiguïteit van de alchemie. Sommige alchemisten, zoals de Engelse alchemist en charlatan Edward Kelly, streefden werkelijk rijkdom na door hun kunsten aan vorsten en graven aan te bieden. Anderen wezen erop dat het niet om gewoon goud ging, maar om 'filosofisch goud'. De auteur van The Mirror of Alchemy verwoordde het zo: "Het goud, verkregen door deze Kunst, overtreft al het natuurlijke goud in alle eigenschappen, zowel in geneeskracht als in al het andere."

Het alchemistische proces wordt door verschillende alchemistische auteurs beschreven in meestal 3, 4, 7 of 12 fasen, waarbij de ruwe materie bewerkt wordt om als eindproduct de steen der wijzen op te leveren. Een invloedrijk werk was bijvoorbeeld George Ripley's The Compound of Alchemy uit 1591, waarin de 12 hoofdstukken de 12 fasen van het magnum opus ("het grote werk") als volgt beschrijven:

   1. Calcinatie ('Calcination'):reduceert een vast lichaam tot wit poeder
   2. Oplossing ('Solution'): de vaste materie wordt vloeibaar gemaakt door een krachtig 'solvent'; een terugkeer naar de prima materia
   3. Scheiding ('Separation'): de 4 elementen worden afgebroken en het spirituele mercurium (de anima) komt vrij
   4. Conjunctie ('Conjunction')'):ook het chemische huwelijk genoemd, waarbij de tegengestelden terug worden verenigd
   5. Verrotting ('Putrefaction'):zwartheid (nigredo) en verrotting als prelude tot het nieuwe leven
   6. Stolling ('Congelation'):de materie is getransmuteerd; de witte steen der alchemisten.
   7. Voeding ('Cibation'):een proces ter versterking, het 'voeden' van de hernieuwde materie
   8. Sublimatie ('Sublimation'):maakt het lichaam van de materie spiritueel. De volgende fasen beschrijven obscure processen met het doel de materie verder te 'veredelen'
   9. Fermentatie ('Fermentation')
  10. Verheffing ('Exaltation')
  11. Vermeerdering ('Multiplication')
  12. Projectie ('Projection'):als de tinctuur werkt, kan hiermee gewoon metaal omgevormd worden tot goud

De Zwitserse arts en psycholoog Carl Gustav Jung (1875–1961) schreef een aantal boeken, waarin hij een vergelijking trok tussen de symboliek van de alchemie en de archetypische voorstellingen die hij waarnam bij zijn studie van in alle culturen en tijden voorkomende symbolen in bijvoorbeeld dromen en kunstuitingen. De alchemie beschreef volgens hem processen die symbolische uitbeeldingen waren van het proces van individuatie. Hij vergeleek het werk van de alchemisten met een soort studieboek van het collectief onbewuste. Wat voor soort goud het ook was waar de alchemisten naar op zoek waren geweest, zo dacht hij, ze hadden in feite door hun werk het onbewuste ontdekt. De sterke beelden van alchemistische taferelen (bijvoorbeeld: koning en koningin in seksuele gemeenschap, een liggende man uit wiens lichaam op de plaats van de penis een boom groeit, man en vrouw die versmelten tot een hermafrodiet) waren volgens hem duidelijk bedoeld om over te mediteren als verschillende fasen van ons bewustzijn. Onder invloed van het onderzoek dat Jung deed over alchemie, gingen psychologen de alchemistische processen ook interpreteren als projecties van onbewuste psychische processen. Hierbij werd de groei beschreven die de ziel of de psyche doormaakt om één te worden, een volledig mens. Volgens deze visie zou de steen der wijzen deze volgroeide en volmaakte mens zelf zijn. Als eerste logische stap was de afbraak van het ego nodig.

Soms wordt het alchemistisch zuiveringsproces niet in 12 maar in 7 stappen beschreven. Elk van deze stappen of fasen in het proces kan in verband worden gebracht met zowel een beschrijving uit de Smaragden Tafel als met een fase van het groeiproces van de alchemist zelf:

   1. Calcinatie (tot kalk branden of oxidatie)
   2. Dissolutie (oplossen)
   3. Separatie (scheiden)
   4. Conjunctie (samenvoegen)
   5. Fermentatie (Vergisting)
   6. Distillatie (reiniging door verdamping)
   7. Coagulatie (stolling)

Dezelfde termen duiden tegenwoordig chemische methoden aan.

Bij de eerste stap, calcinatie, wordt de materie verbrand. Dit werd later in dieptepsychologische termen geïnterpreteerd als het verbranden van het ego. Met het ego bedoelt men hier het dagelijkse masker dat iemand draagt, het zich zorgen maken over het uiterlijk en over wat anderen zeggen. De scheikundige kant hiervan is het verbranden van de te zuiveren substantie (meestal een plant). Op de Smaragden Tafel is dit gelijk aan zin 9: Zijn vader is de Zon.

Bij de tweede stap, dissolutie, worden de restanten van het ego opgelost. De restanten bestaan uit de mannelijke (verstand) en vrouwelijke (gevoel) kanten (of yin en yang, of hoe het ook wordt genoemd, maar zijn nog sterk vervuild met de resten van het ego. Ook in de scheikunde is dit het oplossen van de resten (as) in een oplosmiddel. Zin 10 van de Smaragden Tafel verwijst hiernaar: Zijn moeder is de Maan.

Bij de derde stap, separatie, worden de restanten van elkaar gescheiden, het mannelijke van het vrouwelijke. De rest wordt weggegooid (de resten van het ego). In de scheikunde staat dit gelijk aan bijvoorbeeld extractie of chromatografie. De wind draagt het in zijn buik zegt de Smaragden Tafel (zin 11).

Bij de vierde stap, conjunctie, verkrijgt de alchemist de 'kleine steen' (der wijzen). Het is de eerste hereniging van de twee delen (verstand en gevoel). De alchemisten noemden dit ook wel huwelijk van de koning en de koningin. Bij het bereiken van deze stap ontstaat een soort innerlijke rust; de dualiteit is opgeheven zonder tussenkomst van een ego. De voedster ervan is de aarde (zin 12), staat er in de Smaragden Tafel. Dit is slechts het begin. Het 'koninklijk kind' moet met beide benen op de grond blijven staan en het doel voor ogen houden.

De vijfde stap, fermentatie ofwel gisting, is scheikundig gezien een omzetting. De bij stap vier verkregen stof moet eerst rotten en dan gisten om een nieuw soort verbinding te krijgen. De oude alchemisten voegden bij het rottingsproces vaak mest toe om het te versnellen. Na de rotting begon de werkelijke gisting, dat (meestal) resulteerde in een geelachtige stof.

De zesde stap is distillatie. Scheikundig is dit het laten koken en condenseren van de bij stap vijf verkregen stof, om een hogere concentratie en zuiverheid te verkrijgen. Als je te werk gaat met groot vernuft, stijgt deze kracht van de aarde op naar de hemel (=verdampen), en daalt weer af naar de aarde (=condenseren) en ontvangt energie van de hogere en de lagere (regionen). zegt de Smaragden tafel hierover (zinnen 20 en 21). Praktisch laat de adept ook hier het wereldlijke leven los.

De zevende en laatste stap, coagulatie, is het ultieme samengaan van de gezuiverde delen van het zelf. Beneden zoals boven, en boven zoals beneden staat er in de Smaragden tafel. Geest en lichaam worden één. De adept is verlicht.

Bron: Wikipedia

Genoeg informatie om mee te beginnen lijkt me zo... Verder zal ik nog even wat fijne websites met meer informatie hieronder opsommen:

http://www.ambix.org/http://www.bbc.co. ... s/p003k9bn http://www.alchemywebsite.com/index.html

http://www.alchimie.nl/


1119 AD
User avatar
pilgrim
Super QFF-er
Super QFF-er
Posts: 1230
Joined: Mon 23 Aug 2010, 08:19

Sun 02 Jan 2011, 07:59

heel mooi topic.
zeer herkenbaar ook.
User avatar
blackbox
Administrator
Administrator
Posts: 6319
Joined: Sat 21 Aug 2010, 16:09

Sun 02 Jan 2011, 08:29

Many thx Bapho for being a mirror... :D

Heel erg interessant om te zien dat alchemie een belangrijke functie heeft gehad in het verleden.
Er is een ware slachting geweest in de kennis van alchemie. Veel info is vernietigd of totaal uit zijn verband getrokken.

key word: transmutatie?

transmutatie vd stof (of jezelf), zodat je tot hogere inzichten komt en krijgt..

Alchemisten zijn soms maanden lang bezig met het bewerken van een stof. Vele keren herhalen ze de procedure. Bepaalde tijdstippen zijn daarbij van belang. De stof ( en de alchemist) worden blootgesteld aan de energieën die er op dat moment zijn.

Met simpele handeling en focus kun je dus daadwerkelijk 'transmuteren' zodat jouw hele lichaam en geest en de stof op 1 trilling komen.... 8)
illuminati of my own reality
User avatar
Dendorion
Senior QFF-er
Senior QFF-er
Posts: 156
Joined: Sat 27 Nov 2010, 15:29

Sun 02 Jan 2011, 20:12

Zeer intressante docu mbt alchemie uit 2008 Alchemy - Sacred Secrets revealed


Is de trailer daarna kan je gewoon verder klikken hij staat in 6 delen op youtube:)

The Emerald Tablets of Thoth
The history of the tablets translated in the following pages is strange and beyond the belief of modern scientists. Their antiquity is stupendous, dating back some 36,000 years B.C. The writer is Thoth, an Atlantean Priest-King, who founded a colony in ancient Egypt after the sinking of the mother country. He was the builder of the Great Pyramid of Giza, erroneously attributed to Cheops. In it he incorporated his knowledge of the ancient wisdom and also securely secreted records and instruments of ancient Atlantis. For some 16,000 years, he ruled the ancient race of Egypt, from approximately 52,000 B.C. to 36,000 B.C. At that time, the ancient barbarous race among which he and his followers had settled had been raised to a high degree of civilization.

In the form of man they amongst us,
but only to sight were they as are men.
Serpent-headed when the glamour was lifted
but appearing to man as men among men.
Crept they into the Councils,
taking forms that were like unto men.
Slaying by their arts
the chiefs of the kingdoms,
taking their form and ruling o'er man.
Only by magic could they be discovered.
Only by sound could their faces be seen.
Sought they from the Kingdom of shadows
to destroy man and rule in his place.

Know ye, O my brother,
that fear is an obstacle great.
Be master of all in the brightness,
the shadow will soon disappear.
Hear ye and heed my wisdom,
the voice of LIGHT is clear.
Seek not the valley of shadow,
and LIGHT will only appear.

List ye, O man,
to the depth of my wisdom.
Speak I of knowledge hidden from man.
Far have I been
on my journey through SPACE-TIME,
even to the end of space of this cycle.
Aye, glimpsed the HOUNDS of the Barrier,
lying in wait for he who would pass them.
In that space where time exists not,
faintly I sensed the guardians of cycles.
Move they only through angles.
Free are they not of the curved dimensions.

Gedeelte van Emerald Tablet 8
Zeer intressant voor zulke oude tablets de gehele collectie tablets en vertaling kan je hier vinden .

http://www.crystalinks.com/emerald.html

Groot gedeelte van deze tablets is vertaald door niemand minder dan Isaac Newton.

Image


Edit : Serpent headed slaat volgens mij op Apophis of aanbidders van ..

Image

Hier afgebeelt als een slang . Ook vindt je hem terug in de serie stargate ..
Image

En zijn 'aanbidders' de snake heads..
Image

De antigod werd niet vereerd in tempels in een stad, maar werd wel afgebeeld in tempels, waar hij bestreden werd door verschillende goden. De god heeft een eigen boek, het "boek van Apophis", waarin verschillende magische spreuken stonden die Apophis konden vernietigen.

Ook in het Boek der doden staat een spreuk ter bestrijding van deze god. In de late tijd werden spreuken in tempels opgenoemd om de wereld (Egypte) te beschermen.




Ook grappig de 'killer asteroid' van 2036 is ook genaamd Apophis..
User avatar
blackbox
Administrator
Administrator
Posts: 6319
Joined: Sat 21 Aug 2010, 16:09

Sun 02 Jan 2011, 21:59

Hele mooie info Dendorion!!!

Vooral de link die jij gaf naar de Emerald Tablets. Ik zat er een beetje doorheen te bladeren en kwam bij een zeer interessant stukje vertaling.

Ik ben benieuwd of meer mensen dat stukje 'herkennen'
Naar mijn mening gaat het zeker om 11!!!

LINK

let op het schuin gedrukte... ;-)
illuminati of my own reality
User avatar
baphomet
Administrator
Administrator
Posts: 23815
Joined: Sat 21 Aug 2010, 16:08

Sun 02 Jan 2011, 22:18

Ben zo brutaal BB om de hele tekst te plaatsen, n.a.v. jouw vondst!! Dank BB!!

The Key of Magic

Image

Hark ye, O man, to the wisdom of magic.
Hark the knowledge of powers forgotten.
Long, ago in the days of the first man,
warfare began between darkness and light.
Man, then as now,
were filled with both darkness and light;
and while in some darkness hell sway,
in other light filled the soul.

Aye, age old in this warfare,
the eternal struggle between darkness and light.
Fiercely is it fought all through the ages,
using strange powers hidden to man.

Adepts has there been filled with the blackness,
struggling always against the light;
but others there are who, filled with brightness,
have ever conquered the darkness of night.
Where e'er ye may be in all ages and plane,
surely, ye shall know of the battle with night.
Long ages ago,
The SUNS of the Morning
descending, found the world filled with night,
there in that past, begun the struggle,
the age old Battle Darkness & Light.

Many in the time were so filled with darkness
that only feebly flamed the light from the night.

Some they were, masters of darkness, who sought
to fill all with their darkness:
Sought to draw others into their night.
Fiercely withstood they, the masters of brightness:
fiercely fought they from the darkness of night
Sought ever to tighten the fetters,
the chains that bind men to the darkness of night.
Used they always the dark magic,
brought into men by the power of darkness.
magic that enshrouded man's soul with darkness.

Banded together as in order,
BROTHERS OF DARKNESS,
they through the ages,
antagonist they to the children of men.
Walked they always secret and hidden,
found, yet not found by the children of man.

Forever, they walked and worked in darkness,
hiding from the light in the darkness of night.
Silently, secretly use they their power,
enslaving and binding the soul of men.

Unseen they come, and unseen they go.
Man, in his ignorance calls THEM from below.

Dark is the way of the DARK BROTHERS travel,
dark of the darkness not of the night,
traveling o'er Earth
they walk through man's dreams.
Power they have gained
from the darkness around them
to call other dwellers from out of their plane,
in ways that are dark and unseen by man.
Into man's mind-space reach the DARK BROTHERS.

Around it, they close the veil of their night.
There through it's lifetime
that soul dwells in bondage,
bound by the fetters of the VEIL of the night.
Mighty are they in the forbidden knowledge
forbidden because it is one with the night.

Hark ye O old man and list to my warning:
be ye free from the bondage of night.
Surrender not your soul to the BROTHERS OF DARKNESS.
Keep thy face ever turned towards the Light.
Know ye not, O man, that your sorrow,
only has come through the Veil of the night.
Aye man, heed ye my warning:
strive ever upward,
turn your soul toward the LIGHT.
The BROTHERS OF DARKNESS seek for their brothers
those who traveled the pathway of LIGHT.
For well know they that those who have traveled
far towards the Sun in their pathway of LIGHT
have great and yet greater power
to bind with darkness the children of LIGHT.

List ye, O man, to he who comes to you.
But weigh in the balance if his words be of LIGHT.
For many there are who walk in DARK BRIGHTNESS
and yet are not the children of LIGHT.

Easy it is to follow their pathway,
easy to follow the path that they lead.
But yet O man, heed ye my warning:
Light comes only to him who strives.
Hard is the pathway that leads to the WISDOM,
hard is the pathway that leads to the LIGHT.
Many shall ye find, the stones in your pathway:
many the mountains to climb toward the LIGHT.

Yet know ye, O man, to him that o'ercometh,
free will he be of the pathway of Light.
For ye know, O man,
in the END light must conquer
and darkness and night be banished from Light.

Listen, O man, and heed ye this wisdom;
even as darkness, so is the LIGHT.

When darkness is banished and all Veils are rended,
out there shall flash from the darkness, the LIGHT.

Even as exist among men the DARK BROTHERS,
so there exists the BROTHERS OF LIGHT.
Antagonists they of the BROTHERS OF DARKNESS,
seeking to free men from the night.
Powers have they, mighty and potent.
Knowing the LAW, the planets obey.
Work they ever in harmony and order,
freeing the man-soul from its bondage of night.

Secret and hidden, walk they also.
Known not are they to the children of men.
Ever have THEY fought the DARK BROTHERS,
conquered and conquering time without end.
Yet always LIGHT shall in the end be master,
driving away the darkness of night.

Aye, man, know ye this knowing:
always beside thee walk the Children of Light.

Masters they of the SUN power,
ever unseen yet the guardians of men.
Open to all is their pathway,
open to he who will walk in the LIGHT.
Free are THEY of DARK AMENTI,
free of the HALLS, where LIFE reigns supreme.

SUNS are they and LORDS of the morning,
Children of Light to shine among men.
Like man are they and yet are unlike,
Never divided were they in the past.

ONE have they been in ONENESS eternal,
throughout all space since the beginning of time.
Up did they come in Oneness with the ALL ONE,
up from the first-space, formed and unformed.

Given to man have they secrets
that shall guard and protect him from all harm.
He who would travel the path of the master,
free must he be from the bondage of night.
Conquer must he the formless and shapeless,
conquer must he the phantom of fear.

Knowing, must he gain of all of the secrets,
travel the pathway that leads through the darkness,
yet ever before him keep the light of his goal.
Obstacles great shall he meet in the pathway,
yet press on to the LIGHT of the SUN.

Hear ye, O Man, the SUN is the symbol
of the LIGHT that shines at the end of thy road.
Now to thee give I the secrets:
now to meet the dark power,
meet and conquer the fear from the night.
Only by knowing can ye conquer,
Only be knowing can ye have LIGHT.

Now I give unto thee the knowledge,
known to the MASTERS,
the knowing that conquers all the dark fears.
Use this, the wisdom I give thee.
MASTER thou shalt be of THE BROTHERS OF NIGHT.

When unto thee comes a feeling,
drawing thee nearer to the darker gate,
examine thine heart and find if the feeling
thou hast has come from within.
If thou shalt find the darkness thine own thoughts,
banish them forth from the place in thy mind.

Send through thy body a wave of vibration,
irregular first and regular second,
repeating time after time until free.
Start the WAVE FORCE in thy BRAIN CENTER.
Direct it in waves from thine head to thy foot.


But if thou findest thine heart is not darkened,
be sure that a force is directed to thee.
Only by knowing can thou overcome it.
Only be wisdom can thou hope to be free.
Knowledge brings wisdom and wisdom is power.
Attain and ye shall have power o'er all.

Seek ye first a place bound by darkness.
Place ye a circle around about thee.
Stand erect in the midst of the circle.
Use thou this formula, and you shalt be free.
Raise thou thine hands to the dark space above thee
. Close thou thine eyes and draw in the LIGHT.

Call to the SPIRIT OF LIGHT through the Space-Time,
using these words and thou shalt be free:
"Fill thou my body, O SPIRIT OF LIfe,
fill thou my body with SPIRIT OF LIGHT.
Come from the FLOWER
that shines through the darkness.
Come from the HALLS where the Seven Lords rule.

Name them by name, I, the Seven:
THREE, FOUR, FIVE,
and SIX, SEVEN, EIGHT--Nine.

By their names I call them to aid me,
free me and save me from the darkness of night:
UNTANAS, QUERTAS, CHIETAL,
and GOYANA, HUERTAL, SEMVETA--ARDAL.
By their names I implore thee,
free me from darkness
and fill me with LIGHT

Know ye, O man, that when ye have done this,
ye shall be free from the fetters that bind ye,
cast off the bondage of the brothers of night.

See ye not that the names have the power
to free by vibration the fetters that bind?
Use them at need to free thou thine brother
so that he, too, may come forth from the night.

Thou, O man, art thy brother's helper.
Let him not lie in the bondage of night.

Now unto thee, give I my magic.
Take it and dwell on the pathway of LIGHT.

LIGHT unto thee, LIFE unto thee,
SUN may thou be on the cycle above.
1119 AD
User avatar
pilgrim
Super QFF-er
Super QFF-er
Posts: 1230
Joined: Mon 23 Aug 2010, 08:19

Sun 02 Jan 2011, 22:24

[quote name="BlackBox"]Hele mooie info Dendorion!!!

Vooral de link die jij gaf naar de Emerald Tablets. Ik zat er een beetje doorheen te bladeren en kwam bij een zeer interessant stukje vertaling.

Ik ben benieuwd of meer mensen dat stukje 'herkennen'
Naar mijn mening gaat het zeker om 11!!!

LINK

let op het schuin gedrukte... ;-)[/quote]

wow...prachtige tekst
User avatar
baphomet
Administrator
Administrator
Posts: 23815
Joined: Sat 21 Aug 2010, 16:08

Sun 02 Jan 2011, 22:26

dat vond ik dus ook vandaar mijn ge-ctrl C en mijn ge-ctrl V

:-)
1119 AD
User avatar
pilgrim
Super QFF-er
Super QFF-er
Posts: 1230
Joined: Mon 23 Aug 2010, 08:19

Sun 02 Jan 2011, 22:39

ja...hits the spot totally
User avatar
blackbox
Administrator
Administrator
Posts: 6319
Joined: Sat 21 Aug 2010, 16:09

Sun 02 Jan 2011, 22:51

[quote name="dingo"]ja...hits the spot totally[/quote]

I agree.. 8)
illuminati of my own reality
User avatar
Dendorion
Senior QFF-er
Senior QFF-er
Posts: 156
Joined: Sat 27 Nov 2010, 15:29

Mon 03 Jan 2011, 21:05

We are rapidly approaching zero point ... as if moving at warp speed ... each person's consciousness different. Wait for it.

1,1 is part of the Fibonacci Sequence (Golden Ratio) now moving in reverse to "0" when this reality blips out of existence.

Image


As you go through 2011, the number 11 triggers you.
This will come to you automatically.
The things you experience will have a sense of finality
about them as your consciousness moves to zero point.


The feeling of catching up to zero point
where the hourglass runs out of sand metaphorically speaking and above and below collide, as mentioned in the
Emerald Tablets of Thoth will come to you in waves.

It's the feeling you get when you wake up from
a dream and your consciousness returns here.
It's the ultimate rush!


Forget metaphysics ... Forget old theories .. Forget questing.

2011 is about instinct and knowing on a soul level. Lucky are those who understand what they are experiencing. Sadly many will not - some frightened - others confused - other still searching and healing while locked (trapped) in the emotional grids.


In the year of 11's - each month will trigger a certain subset of souls. We go from 1/1/11 to 1/11/11 and so on through the year. By 11/11/11 things will really be wild. Let it happen.


http://www.crystalinks.com/11in2011.html
User avatar
Arminius
Super QFF-er
Super QFF-er
Posts: 707
Joined: Thu 26 Aug 2010, 11:10
Contact:

Thu 20 Jan 2011, 15:59

Alchemy - Sacred Secrets Revealed Part 1/8

RJ8TNCYtTV4

De geschiedenis van de alchemie is nauw verweven met die van de zogenaamde geheime genootschappen uit de Europese Middeleeuwen .Het geheim zijn van deze groepen was ten dele een politieke noodzaak: hun enige overlevingskans.Hun leringen brachten bevrijding met zich mee van valse opvattingen en van vantevoren vastgelegde schemata.Zouden deze leringen openlijk verkondigd worden, dan zouden zij tegenwerking van de gevestigde Kerk hebben opgewekt.

Ten dele ook is de geheimzinnigheid, zoals we al gezien hebben, inherent aan de aard van het werk van de scholen van innerlijke transformatie. Het is de geheimzinnigheid van een technische taal, en niet die van een poging om politiek of commercieel voordeel te behalen, hoewel dit nu juist wel de beschuldiging was die tegen hen werd ingebracht.

De geheimzinnigheidsfactor maakt het moeilijk om de geschiedenis van deze psychologische scholen met enige precisie te reconstrueren. Met name aangezien veel van de informatie aangaande hen afkomstig is uit de hen in kwaad daglicht stellende verdraaiingen van kerkelijke bestrijders. Het schijnt echter redelijk zeker te zijn dat gedurende de hele periode dat Europa beheerst werd door de macht van de Kerk, deze scholen van de psychische transformatie bleven opkomen. Tot op welke hoogte er een ononderbroken continuïteit in de traditie bestaat, die steeds weer in verschillende vermommingen optreedt, of tot op welke hoogte er nieuwe leringen werden geformuleerd in begrippen uit oude, semi-mythische bronnen, om zo hun acceptatie te vergemakkelijken, valt moeilijk te zeggen.

De alchemisten -en andere groepen - neigden ertoe de nadruk te leggen op het feit dat hun leringen dezelfde waren als die van de oude wijzen: de eerste leraar was altijd Hermes Trismegistos, een Egyptische ingewijde die de Egyptenaren identificeerden met Thoth, de schrijver van de goden, en die de Grieken gelijk stelden met Hermes, de bode der goden.
Talrijke werken van anonieme, middeleeuwse in het Latijn schrijvende alchemisten werden aan Hermes toegeschreven. Andere wijzen uit de Oudheid die door de alchemisten worden genoemd als ingewijden in hun traditie, waren Salomo, Pythagoras, Socrates, Plato en Anaxagoras; uit de Middeleeuwen Avicenna, Albertus Magnus, Roger Bacon, Raymond Lully en anderen.

Het patroon dat in deze tradities valt op te merken, is het volgende: aanvankelijk wordt er een school of groep van ingewijden gesticht, die de technieken van de transformatie leert en de daarmee samenhangende kennis van psychofysiologische constitutie van de mens. Rond een kern van meestal anonieme leraren groeit er een gemeenschap of broederschap die, om de leringen van voorbeelden te voorzien en een uiterlijke vorm te geven, en tegelijkertijd om zich de materiële middelen te verwerven voor het dagelijks levensonderhoud, zich toelegt op de een of andere kunst of wetenschap.

Zo waren de vrijmetselaars oorspronkelijk een groep ingewijden die tevens meester-architecten en bouwkundigen waren, en die tevens de wetten van de geometrie en van de verhoudingen en aard van materialen bestudeerden om daarmee tempels te bouwen die het bewustzijn zouden inspireren en verhogen, zelfs van diegenen die niets van hun doeleinden af wisten. Anderen zoals de rozekruisers en de Broederschap van het Gouden Kruis specialiseerden zich in de natuurwetenschappen en bestudeerden de werken van God en de Natuur in de kosmos (astrologie) en in de samenstelling van de materie (alchemie).

Nog weer anderen onderzochten de kruiden en de farmacologie en ontwikkelden nieuwe benaderingen van de medicijnen en de geneeskunst . Zo ontwikkelde de 17 eeuwse Duitse alchemist Paracelsus als eerste de idee van de chemische specificiteit, nog steeds een van de hoekstenen van de moderne therapieën. De orde van de Tempelieren, waarschijnlijk begonnen door een groep adepten uit de militaire stand als een poging om de militairen te bekeren tot een spirituele oriëntatie, kanaliseerden hun uiterlijke activiteiten tot handels- en culturele uitwisseling, en brachten veel materiële en wetenschappelijke rijkdommen naar het Westen uit de Arabische en Griekse wereld.

Onder de huidige wetenschapsmensen is de algemeen aanvaarde visie op de alchemisten, dat zij betreurenswaardig verslingerd waren aan het nutteloos en bijgelovig zoeken naar een manier om goud te maken, hoewel deze onderzoekers de verdienste hebben dat zij het pad gebaand hebben voor de ontwikkeling van de moderne chemie. Dit ondanks de herhaalde en nadrukkelijke mededeling van de alchemisten dat aurum nostrum non est aurum vulgum, 'ons goud is niet het gewone goud'; en dat 'ons' kwikzilver niet het gewone kwikzilver is. Zo zegt de anonieme auteur van een alchemistisch traktaat getiteld 'Een Open Toegang tot het Gesloten Paleis van de Koning': 'Ik heb gesproken over kwikzilver, zwavel, het vat, de behandeling etc. - en natuurlijk moeten al deze dingen met een korreltje zout genomen worden, u moet begrijpen... dat ik metaforisch gesproken heb; als u mijn woorden letterlijk neemt, zult u niet oogsten.'

Hier, en trouwens ook elders, wordt duidelijk gezegd dat de chemische terminologie van de alchemisten een metafoor is voor het innerlijk werk, het opus, van de psychische transformatie. De omzetting van 'lage metalen' in 'goud' is de omzetting van de psychofysiologische elementen in de mens van een onzuivere, geblokkeerde staat naar een zeer gevoelige staat van ontvankelijkheid voor hoogfrequente energie. De edele metalen worden beschouwd als de meest ontwikkelde leden van het minerale rijk; analoog betekende dus 'goud maken' door 'onze kunst', zichzelf maken tot een hoger ontwikkeld lid van het menselijk rijk.

En dit was geen exclusieve, separatistische onderneming: wanneer de alchemisten zeggen 'ons goud', bedoelen zij niet ons i n tegenstelling tot jullie, maar het goud in ons, tegenover dat van de edelsmeden. In de geschriften van de alchemisten is er een intense, bijna schrijnende ambivalentie tussen hun verlangen om de waardevolle kennis en de kunst die zij geleerd hebben te delen, en de wetenschap dat dit slechts in zeer beperkte mate mogelijk is, omdat het voor de kunst zowel als voor het individu niet zonder gevaar was als bepaalde informatie voortijdig in verkeerde handen terecht kwam. 'Want de zaak is zo glorieus en prachtig dat zij niet aan iemand volledig doorgegeven kan worden, tenzij langs mondelinge weg.'

De echte alchemistische adepten waren er zich natuurlijk wel van bewust dat hun leringen verdraaid en misbruikt werden door charlatans die claimden dat zij tastbaar goud konden maken en zodoende een slaatje sloegen uit de hebzucht van de onwetenden. Zij stelden deze opsnijders en snoevers aan de kaak, die beweerden dat zij de metalen konden 'vermenigvuldigen'; en wezen er, zeer logisch, op dat als deze bedriegers werkelijk goud konden maken, dat zij het dan niet rond zou den lopen bazuinen en de 'goedgelovigen het geld uit de zak klop pen ' Maar zij protesteerden voor niets, en de slechte naam die de alchemie heeft gekregen door de activiteiten van bedrieglijke imitators, heeft ze ook nu nog.
Hoewel de moderne wetenschap de alchemisten er van beschuldigt dat zij geld probeerden te maken, en gelooft dat zij een exacter en vollediger kennis heeft verkregen door de wetenschap om de wetenschap te dienen, is dit in werkelijkheid een vertekend en geïdealiseerd beeld.

Het merendeel der moderne geleerden werkt voor de industrie of de staat, voor geld; de bepaling van doel en zin van wetenschappelijk onderzoek wordt dikwijls overgelaten aan de politici en zaken mensen. Derhalve zijn de onderzoekingen van chemici en fysici, oorspronkelijk door de alchemisten begonnen als een hulp bij de evolutie van de mens zelf, ver verwijderd geraakt van deze doelstelling. Chemie gebruiken om geld te maken, waarvan de alchemisten beschuldigd werden, is nu juist wat de moderne chemici en hun schutspatronen in feite doen. Tegenwoordig heeft de studie van de alchemie een nieuwe impuls gekregen dankzij het werk van Carl Jung.

In zijn autobiografie vertelt Jung hoe hij gedurende een aantal jaren in het midden van zijn leven blootgesteld was aan een 'confrontatie met het onderbewuste', dat wil zeggen beelden, dromen en fantasieën die zowel erg vreemd als erg sterk waren, kwamen onwillekeurig in zijn bewustzijn op. Hij had een droom waarin hij; het gevoel had dat hij 'gevangen was in de zeventiende eeuw'. Spoedig begon hij te merken dat de 'analytische psychologie op een eigenaardige manier samenviel met de alchemie.' De droomsymbolen en beelden die hij tegenkwam, hadden talrijke parallellen in de alchemistische literatuur. Deze ontdekking was uiterst belangrijk voor Jung, omdat ze hem erop wees dat zijn psychische ervaringen niet alleen maar persoonlijk-subjectief waren, maar collectieve, historische antecedenten hadden. Jung had geen leraar buiten zichzelf noch mede-onderzoekers bij wie hij zijn ervaringen kon verifiëren en hij; bevond zich in een uiterst geïsoleerde positie zonder enige uiterlijke bevestiging.

Daarom beschouwde Jung zijn onderzoek naar de alchemie als dat wat zijn psychologie 'zijn plaats in de werkelijkheid gaf en (haar) plaatste op haar historisch fundament.'
Jung deed pionierswerk voor de erkenning van het belang van de alchemistische traditie en haar voortdurende relevantie voor de queeste van de moderne mens, op zoek naar inzicht in zichzelf en individuatie, maar toch was hij niet in staat uit de rol van wetenschapsman te stappen.

'Ik werkte langs de filologische lijnen alsof ik het raadsel van een onbekende taal probeerde op te lossen.' De concrete experimentele praktijk van de kunst van de alchemie ontging hem, omdat deze zoals de alchemisten zelf zeggen, alleen geleerd kan worden via het gesproken woord, via een leraar. Op deze manier is Jung, ondanks zijn oprechte en taai volgehouden inspanningen op het terrein van de wetenschap, in de val van de intellectuele benaderingswijze gelopen, n l . deze dat men aanneemt dat verstandelijke kennis het ware verstaan is. Vandaar dat hij de alchemisten beschuldigt van een 'ongelooflijke naïviteit', als zij hun 'fantasieën' projecteren in de materie; hoewel de contradictie tussen deze naïviteit en de grote psychologische wijsheid die hij in hen prijst, hem schijnt te ontgaan.

Iets dat slechts een projectie van fantasieën in materie zou zijn, zou het geen duizend jaar hebben uitgehouden noch zo'n diepe invloed hebben gehad op alle gebieden van het Europese leven en de cultuur. Jungs blinde vlek ten aanzien van de rol van het lichaam leidde ertoe dat hij; niet inzag dat de transmutatie van substanties plaatsvond in het psychofysische organisme; zelfs zag hij dit niet in als de alchemisten dit uitdrukkelijk zeiden.
Bijvoorbeeld, als Paracelsus zegt: 'De microkosmos in zijn innerlijke anatomie moet door weerkaatsing gesmolten worden tot aan de hoogste graad van reverberatie,' dan interpreteert Jung dit als: 'Terwijl de ambachtsman de chemische substantie in de oven verhit, ondergaat hij; zelf, moreel, dezelfde vurige marteling en zuivering.' ' Maar Paracelsus verwijst nogal letterlijk naar een werkelijk proces: de opvoering van de mate van vibratie van structuren in de 'innerlijke anatomie', door middel van 'vuur' ('reverberatie' is 'ontbranding'). Het is niet zo maar een 'projectie' van een 'morele' purificatie, of een 'onderbewust identisch worden' met een proces dat zich buiten de persoon om in een oven voltrekt.

Wellicht kan dit verschil in interpretatie het best duidelijk gemaakt worden met een persoonlijke ervaring. Kort nadat ik begonnen was de Yoga van het Vuur te bestuderen, welke veel gemeen heeft met het alchemistisch werk, onderbrak ik een yoga-sessie om voor mijzelf een kop thee te zetten. Terwijl ik in de keuken zat te wachten tot het water kookte, ging ik verder met het werken met het 'vuur'. Spoedig werd ik mij bewust van het geluid van het water dat heter werd. Ik probeerde de hitte van het innerlijk vuur te vergroten en onderwijl ontstond er plotseling spontaan een verbinding tussen de innerlijke en de uiterlijke verhitting. Toen het water het kookpunt bereikt had, greep er innerlijk een duidelijke discontinue energieverandering plaats, die ik subjectief als een soort opluchting onderging. Met andere woorden, de verhitting buiten mij gaf een soort steun aan het innerlijk werk, verwant aan de rol van de mandala bij visuele meditatie. Er was hier geensprake van projectie van beelden of identificatie; ik was mij volkomen bewust van de twee processen en het verschil tussen beide.

Deze ervaring bracht mij op de gedachte dat wanneer de alchemisten werkelijk fysische apparaten gebruikten bij hun experimenten, wat niet noodzakelijkerwijs erg dikwijls het geval hoefde te zijn, dat zij dan misschien met dit type procedure werkten. Het kan zijn dat zij laboratoriumanalogieën van innerlijke transformatieprocessen in elkaar zetten, en deze analogieën gebruikten als steun bij hun innerlijk werk. In de tekst die getiteld is: 'De Sofistische Hydroliet, of de Water-Steen van de Wijze', staat een passage die op deze procedure schijnt te slaan: 'Wij bemerkten dat bij onze chemische operatie de regeling van het vuur en het zeer geduldig en zorgvuldig temperen van de hitte, van het grootste belang was... wij spraken ook van het "vuur van de Wijzen" als een van de belangrijkste machten in ons chemische proces, en zeiden dat het een essentieel, bovennatuurlijk en Goddelijk vuur was, dat het verborgen lag in onze substantie, en dat het tot actie aangezet werd door de invloed en hulp van het uiterlijke, materiële vuur.'

Een andere auteur maakt zorgvuldig een onderscheid tussen de 'waarlijk geheime oven, die geen gewoon oog ooit gezien heeft' en de 'alledaagse oven, gemaakt uit pottebakkersklei.' Een van de essentiële vereisten voor de laatste was dat 'je er een vuur in moet kunnen aanhouden, gedurende 10 of 12 uren, zonder er naar om te zien'; dit suggereert dat het gebruikt werd als uiterlijke steun voor het innerlijke of 'levende vuur' dat brandt in 'ons vat'.

De alchemisten waren in de eerste plaats adepten en in de tweede plaats natuurwetenschappers. Dat wil zeggen, dat hun doel en bedoeling en voornaamste onderneming de evolutionaire transformatie van het totale wezen van de mens was. Hun methoden werden geleerd in het directe contact tussen leraar en leerling. Maar zij geloofden tevens dat, aangezien de mens een macrokosmos is, de processen die zij innerlijk waarnamen en bestudeerden, ook buiten hen, in de Natuur gevonden konden worden, en omgekeerd. 'Als wij, daarom, de subtiele Kunst van de Alchemie willen uitoefenen, dan moeten wij de methode volgen, volgens welke de Natuur haar werk doet in de ingewanden van de aarde.' Alchemistische teksten zijn laboratoriumhandboeken voor het grote experiment van de Natuur, dat wij in onze eigen natuur uitvoeren: zelf-transformatie.
Het is op dit moment onmogelijk om te bepalen tot op welke hoogte de alchemistische adepten werkelijk fysische experimentele apparatuur gebruikten. Velen van hen maakten zich kennelijk bezorgd over het toenemend gebruik van uiterlijke materialen en keurden dit af. Een auteur zegt, de Natuur citerend: 'Laat mij u zeggen dat uw kunstmatig vuur nooit mijn hemelse warmte zal geven.' Even verder gaat hij voort: 'Al wat u wenst is gemak, en een plaats waar u zijn kunt zonder bang te hoeven wezen voor onderbrekingen.'

Een ander zegt met nadruk: 'Er is maar Eén vat, Eén methode, en Eén voltooiing.' Weer een andere auteur verzoekt:
'Laat toch na de veelheid van methoden en substanties, want onze substantie is Eén.' Het is duidelijk dat het er op na gaan houden van laboratoriumanalogieën als hulpmiddelen, bij sommige alchemisten de neiging opriep om zich meer en meer bezig te houden met de natuur en de samenstelling van de stoffelijke elementen en zo het oorspronkelijk doel uit het oog te verliezen. Dit is eigenlijk de geboorte van de moderne chemie, die zich in de loop der tijd opgesplitst heeft in talloze gespecialiseerde sub-wetenschappen.

De alchemisten noemden hun methode dikwijls de 'spagyrische' kunst, een samengesteld woord, gemaakt van de Griekse wortels 'uiteenhalen' en 'samenbrengen'. Het was dus een combinatie van wat nu genoemd wordt de analytische en de synthetische chemie, in de sfeer van het innerlijke: enerzijds de scheiding van elementen, de extractie van goud uit ruw metaal, en anderzijds de synthese van fijnere substanties, het combineren van elementen. Analyse beproeft, gaat op zaken in, zet apart: het is een mannelijke, dynamische functie.
Synthese bevat, combineert, sluit in: het is een vrouwelijke, magnetische functie. De fusie van mannelijke en vrouwelijke energieën, bekend als de conjunctie, is het centrale proces van de alchemie. Vele van de illustraties van het werk tonen een man aan de rechter- en een vrouw aan de linkerkant, die verschillende handelingen verrichten in het vat, in het centrum. Zij bereiden voor wat genoemd werd 'het chemische huwelijk', het innerlijk huwelijk van fijne chemische substanties.

Het hermetische vat, door sommigen genoemd: 'de wortel en het beginsel van onze kunst', dat waarin alle handelingen van de alchemie volvoerd worden, dat is het menselijk lichaam, of liever het hele samenstel van lichamen en velden gezien onder het aspect van het regeneratieve, innerlijke werk. Jung schrijft: 'Het hermetische vat is een baarmoeder van geestelijke vernieuwing of wedergeboorte' en dit is maar de halve waarheid. Want de vernieuwing uit zich evenzeer in het lichaam als in de geest. Het vat is, naar men zegt, rond of eivormig; de vorm komt overeen met die van het ordenend veld dat sensitieven rond menselijke wezens zien.

Het gebruik van het woord vat roept de vroege christelijke mystici in gedachten, die het lichaam zagen als het 'vat van de geest', waarin de 'tweede geboorte' van de regeneratie plaatsvindt. Het alchemistisch 'Liber Quartorum' ('Boek van de Vier') zegt: 'gelijk het werk van God is het vat van het goddelijk zaad, want het heeft de klei ontvangen, gekneed, en vermengd met vuur en water." De wedergeboorte van de nieuwe mens, of tweede Adam, volgend op het werk van de regeneratie door fusie van het mannelijke en vrouwelijke (soms de spagyrische geboorte genoemd) brengt de zoon van de wijze voort, dat is het werkelijke, wetende Zelf, de hermafroditische Ene, het Eén geworden wezen.

De alchemisten stelden met na druk dat het belangrijk was om het vat verzegeld te houden, opdat de juiste vermenging der elementen kon plaatsvinden. Dit zogenaamde hermetische zegel is als een beschermend veld dat de ingewijde om zich heen opricht, om te voorkomen dat er 'lucht' binnenkomt, dat wil zeggen, buiten het proces staande gedachtevormen die het zouden kunnen vernietigen, en tevens om te voorkomen dat er 'lucht' uit ontsnapt, dat wil zeggen, om te voorkomen dat er mentale energie verspild zou worden aan projecties naar buiten.

lees hier verder:
http://www.groot-nederland.org/alchemie.html
User avatar
rp801
QFF Gold Member
QFF Gold Member
Posts: 209
Joined: Sun 22 Aug 2010, 16:42

Sat 26 Feb 2011, 23:54

De laatste maanden spookte er een herinnering aan een bizar artikel door mn hoofd, wat ik een jaartje of 15 geleden heb gelezen in een tijdschrift genaamd Visioen. Ik vond het gisteravond na jaren eindelijk weer bij mn ouders in een kast. Voor het gemak heb ik alles maar even ingescand:

WIE VERSTEENDE DE ADEREN VAN DEZE MENSEN?

http://www.mediafire.com/?yq0qja39bae0913

Napels, in het midden van de achttiende eeuw. Prins Raimondo di Sangro doet in het geheim experimenten. De Italiaanse alchimist brouwt een middeltje waarmee hij er in slaagt de aderen van mensen te laten verstenen. De volledige ontbinding van de lijken gaat hij daarmee tegen. Waarom deed hij dat? De macabere bewijzen van zijn daad worden bewaard in Italie.

http://www.mediafire.com/?ffwfdibbwwp8dde

http://www.mediafire.com/?c01qj86q21y17kq

http://www.mediafire.com/?eoh9ol5p9je3mv3

http://www.mediafire.com/?rmndvuofm5qsrys

http://www.mediafire.com/?523003ou5uordr3

http://www.mediafire.com/?fdhrok599h7d15k

p.s Kan iemand deze plaatjes invoegen in de topic zonder dat ze eerst moeten worden gedownload?
De volgende gebruiker(s) zeggen bedankt: Medemens
Top
FreeElectron
Super QFF-er
Super QFF-er
Posts: 4292
Joined: Fri 12 Nov 2010, 22:26

Sun 27 Feb 2011, 00:52

ACHTUNG: heftig grote foto's!

There you go:
Rechtsklik om te vergroten.


Image
Image
Image
Image
Image
Image
Image
De volgende gebruiker(s) zeggen bedankt: Medemens
Top
User avatar
Dromen
Administrator
Administrator
Posts: 5033
Joined: Sat 21 Aug 2010, 06:38

Sun 27 Feb 2011, 03:31

WTF??

Nice stuff!! Thanks rp801, en natuurlijk F.E.!!
Post Reply

Return to “Alchemie”