Coeliakie

Alles over gezondheid, voeding, lichaamsbeweging het menselijke lichaam en nog veel meer. Wil je gezond leven dan staat hier veel handige informatie.
Gebruikersavatar
baphomet
Administrator
Administrator
Berichten: 23226
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 16:08

do 09 jun 2011, 01:01

Tja ik liep vanmiddag door de stad toen een man mij een foldertje / flyer in de hand drukte... Voor ik kon weigeren had ik 'm al te pakken... Dus ik lees een zijde (formaat en dikte papier van een ansichtkaart) van dat stuk papier wat ik kreeg...

En het leek verrek wel een postkaart, adresregels en postzegelvakje en heel klein een tekst...

Coeliakie is de meest voorkomende blablabla...

Dus voor ik verder lees gooi ik er uit: "Coeliakie klinkt als een gerecht van Lonnie de kok!" Niet handig want ondanks de schaterlachende mensen om me heen op straat, ontdekte ik tijdens het doorlezen dat het dus gaat om een heuse ziekte. De kaart omdraaiende las ik in koeienletters:

HEB JIJ DE MEEST ONBEKENDE VOLKSZIEKTE VAN NEDERLAND?

En omdat ik zelf in het verleden een aantal malen vervelend overvallen ben door de chronische ziekte van Crohn besloot ik nadat ik las dat het om een darmaandoening ging, maar eens wat verder te zoeken...

Coeliakie (uitspraak: seuliakíe of suiliakíe) werd voor het eerst beschreven door de Griekse arts Aretaeos in het jaar 100. De kenmerkende maagdarmklachten gaven de aandoening haar naam: 'koilia' is Grieks voor buik. Coeliakie - ook wel aangeduid met glutenenteropathie of inheemse spruw - is een chronische darmaandoening, zich kenmerkend door een aangeboren glutenintolerantie die bij een onaangepast dieet leidt tot een beschadiging van het darmslijmvlies. De aandoening wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een immunologische reactie tegen een van de eiwitten van het glutencomplex. Er worden bij zo'n reactie antistoffen gevormd uit de IgA-klasse. Gluten is de naam voor een groep van eiwitten die voorkomen in alle granen, echter niet alle granen bevatten de gliadinefractie, die de oorzaak is van coeliakie. Rijst en mais zijn granen die wél gluten, maar geen gliadine bevatten. De aandoening leidt bij deze patiënten tot een verminderde absorptie van voedingsstoffen die verbetert bij het volgen van een glutenvrij dieet. Coeliakie wordt al decennia lang voornamelijk geassocieerd met maagdarmklachten. Echter uit recenter onderzoek blijkt dat tegenover elke patiënt met maagdarmklachten er acht staan zonder deze symptomen.

Intussen zijn enkele schadelijke componenten van het kleefeiwit geïdentificeerd. Ze behoren tot de in alcohol oplosbare fractie van tarwe-eiwitten (ook gerst, spelt en rogge bevatten deze eiwitcomponenten, het zogeheten prolamine). Deze bestanddelen worden gliadine genaamd en bevatten veel van de aminozuren proline en glutamine. Deze bestanddelen wekken een overgevoeligheidsreactie van het immuunsysteem en het darmslijmvlies op bij patiënten die hier gevoelig voor zijn. Het afweersysteem van deze mensen herkent het gluten als "gevaarlijk" waarop een immunologische en ontstekingsreactie volgt. De slijmlaagcellen (enterocyten) produceren verscheidene HLA-klassen (HLA I, DR en DQ). Bepaalde bestanddelen van het kleefeiwit (het gliadinepeptide) binden aan de bij deze patiënten overvloedig voorkomende HLA-DQ2-antigenen. Deze binding wordt versterkt door glutamaat dat talrijk in het gliadinepeptide aanwezig is. Het enzym tissue-transglutaminase produceert glutaminezuur uit dit glutamaat. Door deze configuratieverandering bindt gliadine beter in het slot van het HLA-eiwit. Het gevormde complex van gliadine en het HLA-DQ2-antigen bindt op zijn beurt aan speciale lymfocyten (T-helpercellen van het CD4+ type) en zorgt hierbij voor een toegenomen productie van ontstekingsmediatoren (Interferon-?, TNF-?, Interleukine-6 und Interleukine-2).

In een verdergevorderde fase van de ontsteking worden verscheidene antilichamen gevormd. Van deze antilichamen weet men tot op heden niet of ze een oorzakelijke factor zijn bij het ontstaan van coeliakie of dat ze gevormd worden door geassocieerde auto-immuunrespons. Naast antilichamen tegen het kleefeiwit zelf (Gliadine-Antilichaam) komen ook antilichamen tegen lichaamseigen antigenen voor (zogeheten auto-antilichamen), zoals tegen het tissue-transglutaminase. Op basis van deze waarneming wordt coeliakie vanuit pathofysiologische grond eveneens beschouwd als autoimmuunziekte. Gliadine vormt de uitlokkende component van de aandoening. Voor het tot stand komen van de symptomen is hoofdzakelijk de auto-immunologische reactie tegen lichaamseigen eiwitten verantwoordelijk. Als eindfase van de ontstekingscascade treedt geprogrammeerde celdood (=apoptose) van de enterocyten in. Deze celdood leidt tot een meer of minder uitgesproken verlies van darmvlokken (vlokatrofie). Hierdoor worden voedingsstoffen niet meer goed opgenomen (wat onder andere tot energieverlies en vermagering leidt, en bij kinderen tot een slechte groei) en vaak ontstaat een vettige, volumineuze diarree.

Marsh Classificatie

De klassieke pathologische veranderingen bij coeliakie kunnen gecategoriseerd worden volgens de "Marsh Classificatie":

Marsh fase 0: normaal mucosa
Marsh fase 1: toegenomen aantal intra-epitheliale lymfocyten, gewoonlijk meer dan 20 per 100 enterocyten
Marsh fase 2: proliferatie van de crypten van Lieberkühn
Marsh fase 3: partiële of volledige villusatrofie
Marsh fase 4: hypoplasie van de dunne darm architectuur

Deze veranderingen verbeteren of verdwijnen compleet nadat een glutenvrij dieet wordt gevolgd.

In sommige gevallen kan een test gedaan worden na het eten van gluten om de diagnose aan te nemen dan wel te weerleggen (gluten challenge). Een normale biopsie en serologie na deze test kunnen aanwijzing vormen dat de initiële diagnose incorrect was. Patiënten dienen gewaarschuwd te worden dat men de aandoening niet ontgroeit (zoals bij sommige voedselintoleranties bij kinderen) en dus een levenslang glutenvrij dieet dient te volgen.

De symptomatologie varieert enorm tussen patiënten onderling. Bij kinderen tussen 9 en 24 maanden staan groeiachterstand en darmgerelateerde symptomen (aansluitend op het eerste contact met glutenbevattende producten) voorop. Bij oudere kinderen kunnen voornamelijk absorptiegerelateerde symptomen en psychosociale problemen aanwezig zijn. Bij volwassenen staan symptomen die in relatie staan tot de malabsorptie van nutriënten voorop. De klassieke symptomen zijn diarree, flatulentie, gewichtsverlies en vermoeidheid. Ondanks de chroniciteit van de aandoening, zijn de symptomen vaak mild waardoor vele patiënten hulp zoeken rond het 50e levensjaar. Ze presenteren zich dan met milde uitingen van de ziekte zoals moeheid of anemie. In sommige gevallen bestaat er een karakteristieke blaasjesvormende huidaandoening (dermatitis herpetiformis) naast de darmaandoening

Volgende symptomatologie wordt gezien bij coeliakie:

chronische diarree
onregelmatige ontlasting, overmatige ontlasting en/of opstopping (constipatie)
gewichtsverlies
groeiachterstand (vooral bij jonge kinderen)
een opgezette buik
bloedarmoede
gebrek aan eetlust
braken
lusteloosheid
slaperigheid
botontkalking (osteoporose)
sterke stemmingswisselingen
een late puberteit
spierklachten
vruchtbaarheidsproblemen
zenuwaandoeningen
psychische klachten


De karakteristieke diarree bij coeliakie is bleek en volumineus met een penetrante geur. Abdominale pijn en krampen, een opgezette buik (door fermentatie in het colon) en zweertjes in de mond kunnen aanwezig zijn. Bij het voortschrijden van de ziekte kan zich tot op zekere hoogte een lactoseintolerantie ontwikkelen. De waaier aan gastrointestinale symptomen is echter zeer breed. De klachten worden dan ook vaak toegeschreven aan het prikkelbaredarmsyndroom om later als coeliakie herkend te worden. Een kleine proportie van patiënten met het prikkelbaredarmsyndroom heeft onderliggend coeliakie waardoor screening op deze aandoening dan ook aangewezen lijkt.

Coeliakie is geassocieerd met een verhoogd risico op het ontwikkelen van adenocarcinoom en maligne lymfoom van de dunne darm. Het risico op deze maligniteiten keert terug naar basisniveau bij het volgen van een aangepast glutenvrij dieet. Het aanwezig blijven van deze aandoening kan eveneens leiden tot het vormen van jejunumzweren en het vernauwen van het darmlumen door littekenvorming.

De veranderingen in het slijmvlies van de dunne darm maakt het moeilijker om nutriënten, mineralen en vetoplosbare vitamines (A,D, E, K) te absorberen:

De moeilijkheden om koolhydraten en vetten te absorberen kan gewichtsverlies en vermoeidheid veroorzaken (of groeistoornissen/groeiachterstand in kinderen);
Anemie kan zich ontwikkelen via verscheidene wegen zoals de malabsorptie van ijzer (ijzergebreksanemie), foliumzuur en vitamine B12 (megaloblastische, pernicieuze anemie);
De malabsorptie van calcium en vitamine D (en de compensatoire secundaire hyperparathyroidie) kan leiden tot osteopenie (een verminderd mineraalgehalte van het bot) of osteoporose (vermindering van de botdensiteit met normale mineraalgehaltes);
Een kleine proportie van de patiënten (10%) hebben een abnormale bloedstolling veroorzaakt door een tekort aan vitamine K.
Coeliakie is eveneens geassocieerd met een bacteriële kolonisatie van de dunne darmen(small intestinal bacterial overgrowth, SIBO)

De diagnose wordt vaak gesteld door een kinderarts of een internist. Ook kunnen bepaalde antistoffen in het bloed worden aangetoond (anti-gliadine en anti-endomysiumantistoffen) die de diagnose waarschijnlijk maken. Op basis van de klachten is de diagnose in typische gevallen vaak al vrij zeker, maar voor een definitieve diagnose is een endoscopie van de dunne darm nodig, waarbij een biopsie van het darmweefsel wordt gedaan, die de typische ontstekingsreactie van de darmwand laat zien. De tests verliezen echter hun bruikbaarheid wanneer de patiënt reeds een glutenvrij dieet volgt. De darmbeschadigingen beginnen te genezen binnen enkele weken nadat de patiënt met een glutenvrij dieet is begonnen.

Endoscopisch onderzoek is aangewezen wanneer enkele kernsymptomen aanwezig zijn of er een positieve serologie aanwezig is. In een studie worden volgende kernsymptomen als indicatie beschouwd voor een endoscopie:

gewichtsverlies of erge toename (met een bol/opgezette buik)
anemie (hemoglobine minder dan 120g/l bij vrouwen en minder dan 130 g/l bij mannen)
diarree (meer dan driemaal daags).

Antilichamen

De serologische bepaling van antilichamen is bruikbaar in het aantonen (sensitiviteit van ongeveer 98%) en het uitsluiten (specificiteit van ongeveer 95%) van de ziekte. Een positieve bloedtest wordt idealiter gevolgd door een endoscopie. Een negatieve test kan ook aanleiding geven tot biopsiename, wanneer de symptomen toch doen denken aan de aandoening. Deze test kan ook de 2% gevallen die ongediagnosticeerd bleven bij serologische bepaling (de sensitiviteit van serologische bepaling bedroeg immers 98%) oppikken. Daarnaast kunnen door biopsiename alternatieve verklaringen voor de symptomen geformuleerd worden. Omwille van deze redenen geldt endoscopie met biopsie nog steeds als gouden standaard bij de diagnose van coeliakie.

Gezien de ontwikkelingen in bloedtesten (IgA-tTG in combinatie met IgG-DGP) en de betrouwbaarheid hiervan, zal deze gouden standaard bij kinderen in een gecontroleerde omgeving worden aangepast. De Europese richtlijn is dan dat in dit soort gevallen (symptomen en een positieve uitslag op de bloedtest) er geen biopsie genomen hoeft te worden om de diagnose Coeliakie te stellen. Deze aanpassing zal in Nederland van kracht worden in September 2011 op een symposium door het LUMC.

De behandeling bestaat uit het volgen van een strikt glutenvrij dieet. Meestal herstelt het darmepitheel zich, zodat ook de darmwerking herstelt en alle klachten verdwijnen. De coeliakie-patiënten zijn hun hele leven gebonden aan het volgen van het strikte dieet. Bij sommige patiënten kan het eten van één kruimeltje "gewoon" brood leiden tot de (tijdelijke) terugkeer van de klachten. Steeds meer artsen zijn van mening dat een coeliakiepatiënt die zich niet goed houdt aan het dieet een grotere kans op darmkanker heeft.

In Nederland is de Nederlandse Coeliakie Vereniging actief, die patiënten met coeliakie (en hun familieleden) informatie en steun biedt, en die onderzoek naar de behandeling en genezing van coeliakie bevordert. In België is er de Vlaamse Coeliakie Vereniging met dezelfde doelstellingen.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Coeliakie

Zo heb ik van een in eerste instantie stom grapje de zooi toch enigszins bij kunnen stellen naar wat aandacht voor deze aandoening....

Elke vorm van aandacht is een vorm van aandacht denk ik dan maar...

En nee ik roep vooral NIET op om te schenken aan goede doelen daar deze vaak bestuurd worden door veel verdienende zuigers die door middel van schimmige constructies zichzelf verbergen achter de goede doelen...

Anyways, mocht je dus ooit een keer ergens zijn en de naam Coeliakie horen, denk dan niet net als ik aan een lekker Indonesisch gerecht... LOL Je weet nu (mocht je het nog niet hebben geweten) in ieder geval wat het is...
1119 AD
Plaats reactie

Terug naar “Gezondheid / Voeding”