Watersnoodramp 1953

Hier tref je allerlei topics aan die te maken hebben met geschiedenis en de oudheid.
Plaats reactie
Gebruikersavatar
baphomet
Administrator
Administrator
Berichten: 23234
Lid geworden op: za 21 aug 2010, 16:08

wo 30 jan 2013, 23:32

Omdat het 60 jaar geleden is dat er een Watersnoodramp plaatsvond waardoor de provincie Zeeland in 1953 eventjes blank kwam te staan, en er over die watersnoodramp nog niet een specifieke plek was hier @ El QFFo, leek het mij wel een bueno plan om daar vandaag maar eens wat verandering in te brengen... Zo gedacht, zo aan het doen inmiddels, daar ik zowaar oprecht een stukje over die watersnoodramp van '53 aan het tikken ben nu... Eigenlijk grotendeels dankzij een soort van reminder... Ik zag namelijk net tijdens het zappen op TV een film voorbij komen over de ramp van 1953, verder zijn de dijken in het Noorden vanavond gesloten in verband met het op handen zijnde hoogwater, en het waait momenteel keihard hier, en dat alles te samen deed mij besluiten er dus maar wat over te tikken...



Voor het gemak, neem ik U even mee naar wat belangrijke elementen uit het verhaal over de watersnoodramp van 1953, door een aantal van de belangrijkste stukken van de Wikipedia pagina over de ramp hieronder te quoten, leest U even mee...???


De Watersnood van 1953 werd aanvankelijk wel aangeduid als Sint-Ignatiusvloed, naar analogie met onder meer de Sint-Elisabethsvloed van 1421. Later werd meer zakelijk van de Februari-ramp gesproken. De watersnood voltrok zich in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Springtij en een noordwesterstorm stuwden het water in de trechtervormige Noordzee op tot recordhoogte.
In Nederland overstroomde een groot deel van de provincie Zeeland, ook delen van West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden werden getroffen. Meer dan 1800 mensen en veel dieren verdronken; 100.000 mensen verloren hun huis en bezittingen. Ook in Engeland, België en Duitsland vonden overstromingen plaats en vielen honderden slachtoffers. Op zee verloren bij schipbreuken velen het leven. In de Ardennen liet de storm een sneeuwlaag van twee meter achter.
De Ramp van 1953 veroorzaakte, behalve het enorme verlies aan mensenlevens, grote schade aan de veestapel, gebouwen en infrastructuur. Menigeen herdenkt op 1 februari de slachtoffers.
Situatie in Nederland
Veel dijken, vooral in het deltagebied waren te laag en te zwak. Rijkswaterstaat onderkende dit al in de jaren 20 en werkte aan plannen om binnenwateren van de zee af te sluiten door het aanleggen van nieuwe kunstwerken. De Afsluitdijk die gereed kwam in 1932 was een eerste belangrijke aanzet daartoe. Pas na de crisisjaren en de oorlog werden de eerste werken in Zuidwest-Nederland uitgevoerd: de Botlek, de Brielse Maas (1950) en de Braakman (1952) werden afgedamd. Het drie eilandenplan zou daarna het volgende project zijn.
Verloop van de ramp in Nederland
Zaterdagavond 31 januari 1953 stond er een zware noordwesterstorm. Rond middernacht was het aan de zuidwestkust van Nederland laagwater. Dus zou het daar op zondagmorgen 1 februari tussen 4 en 6 uur hoogwater zijn.
De Stormvloedseindienst maakte vanaf zaterdagmorgen aan de op de dienst geabonneerde autoriteiten melding van de opkomende 'zeer zware noordwesterstorm'. Tijdens laagwater op die zaterdagavond stond het waterpeil ongeveer even hoog als het normaal bij hoogwater staat. Bovendien was het springtij, wat betekende dat het waterpeil nog extra zou stijgen. In de algemene weersverwachting werd die zaterdagavond gewaarschuwd voor 'gevaarlijk hoogwater'. Helaas werd deze waarschuwing door velen in het rampgebied niet gehoord of verkeerd begrepen.
De Grevelingen en Oosterschelde waren in 1953 nog geheel open zee-armen. Tijdens de rampnacht werd het water daar zeer hoog opgestuwd. Op de kop van het eiland Schouwen-Duiveland bereikte de waterstand het hoogste niveau van de gehele Nederlandse kustlijn. Meer landinwaarts, bij Bruinisse, botsten Grevelingen en Oosterschelde als het ware tegen elkaar. Zondagmorgen vroeg kwam het waterpeil daar tot NAP + 4,5 meter. Een ongeëvenaard record.
Tussen 4 en 6 uur 's morgens braken er overal dijken. Vooral de noord- en oostkant van de Oosterschelde (Stavenisse, Ouwerkerk, Nieuwerkerk), van de Grevelingen (Oude-Tonge en Nieuwe-Tonge) en van het Hollandsch Diep (Schuring en 's-Gravendeel) werden zwaar getroffen.
Op sommige plaatsen op Goeree-Overflakkee stroomde het water vervolgens zo hard de polders in, dat dorpen als Oude- en Nieuwe-Tonge binnen ongeveer een half uur twee tot drie meter onder water stonden. Elders verliep de overstroming geleidelijker en/of kwam het water niet zo hoog. Zo bereikte het water pas rond 7 uur 's morgens Ooltgensplaat, een dorp vlakbij Oude- en Nieuwe Tonge. Ook steeg het waterpeil er langzamer tot een hoogte van zo'n twee meter. Op Duiveland werd de hoogste waterstand zelfs pas in de loop van de zondagmiddag bereikt.
Op sommige plaatsen op Goeree-Overflakkee stroomde het water vervolgens zo hard de polders in, dat dorpen als Oude- en Nieuwe-Tonge binnen ongeveer een half uur twee tot drie meter onder water stonden. Elders verliep de overstroming geleidelijker en/of kwam het water niet zo hoog. Zo bereikte het water pas rond 7 uur 's morgens Ooltgensplaat, een dorp vlakbij Oude- en Nieuwe Tonge. Ook steeg het waterpeil er langzamer tot een hoogte van zo'n twee meter. Op Duiveland werd de hoogste waterstand zelfs pas in de loop van de zondagmiddag bereikt.
Overstromingen in Nederland
In één nacht veranderde 165.000 hectare land in een rampgebied bedekt door de zee. De overstromingen zetten grote delen van Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant onder water. Alhoewel een groot gebied werd overstroomd, werden sommige plaatsen veel zwaarder getroffen dan andere.
Door de diverse dijkdoorbraken vielen er op sommige plaatsen veel slachtoffers. In Stavenisse op Tholen kwamen meer dan 150 mensen om, in Stellendam op Goeree vielen 61 slachtoffers en het Brabantse Fijnaart telde 76 doden.
Het zwaarst werden de zuidzijde van Duiveland en van Overflakkee getroffen. Daar viel ruim 40% van het totale aantal slachtoffers van deze watersnoodramp. In Oude-Tonge kwamen 303 mensen om (9,9% van de bevolking), in Nieuwe-Tonge 85 (4%), in Nieuwerkerk 288 (15,4%) en in Ouwerkerk 91 (16,3%).
Het aantal slachtoffers in de genoemde vier dorpen verschilt soms sterk van dat in nabijgelegen dorpen. In Ooltgensplaat, enkele kilometers ten oosten van Oude- en Nieuwe-Tonge, vielen twee slachtoffers. In Den Bommel en in Stad aan 't Haringvliet, gelegen aan de noordzijde van Overflakkee, kwamen respectievelijk negen en nul mensen om. En terwijl er honderden doden in Nieuwerkerk en Ouwerkerk vielen, kwam er in het aan de noordzijde van Duiveland gelegen Bruinisse slechts één inwoner om het leven. De meest waarschijnlijke oorzaken voor dergelijke verschillen in aantallen slachtoffers zijn
de richting van de waterstromen
hoogteverschillen binnen polders
de kwaliteit van binnendijken
de kwaliteit van het plaatselijk bestuur.
Deze factoren maakten het verschil tussen een kolossale ramp zoals in Oude-Tonge en Nieuwerkerk of een noodlottige overstroming zoals in Ooltgensplaat of Bruinisse.
Op tal van andere plaatsen vielen ook slachtoffers te betreuren of vonden opvallende gebeurtenissen plaats. Op Texel verdronken zes polderarbeiders op weg naar een bedreigd dijkvak. Bij Cadzand sloeg water over de dijk en bij Kruiningen werd door de nog openstaande coupure van de veerhaven diezelfde veerhaven geheel weggeslagen. In zeer korte tijd liep de Kruiningerpolder (1400 hectare) onder water.


Het water stroomde aan de noordkant van Dordrecht binnen. In Rotterdam werd een recordwaterhoogte gemeld en kwamen delen van Rotterdam-Zuid onder water te staan.
In Zuid-Holland dreigde een dijkdoorbraak van Schielands Hoge Zeedijk bij Nieuwerkerk aan den IJssel. Dit werd ternauwernood voorkomen doordat Schipper Arie Evegroen uit Ouderkerk aan den IJssel, samen met hulp van zijn maat schipper Cor Heuvelman, op last van burgemeester Vogelaar zijn 18 meter lange schip Twee Gebroeders dwars voor het gat in de dijk liet vallen en zo het gat dichtte. Een zeer grote ramp werd zo voorkomen.
In Stellendam stond het water tot aan de zolders van de huizen. Op het eiland Rozenburg waren de dijken doorgebroken. Veere stond onder water. Bij Wolphaartsdijk sloeg een gat in de dijk, en ook bij Ossenisse was de dijk doorgebroken. De Nieuwerkerkpolder en Suzannapolder overstroomden. Bij Rammekens sloegen gaten in de dijk. Reigerspolder en gedeelten van Zuid-Beveland stonden onder water. Rilland-Bath was geïsoleerd. In Zeeuws-Vlaanderen braken er een paar dijken door, Stavenisse stond onder water.
Tegelijk met de watersnood in Nederland vonden ook in België, Groot-Brittannië en Noordwest-Duitsland overstromingen plaats. In België braken op 37 plaatsen dijken. Diverse kleinere en grotere steden aan de kust en langs de Schelde liepen (deels) onder. De binnenstad van Oostende stond geheel onder water, na doorbraak van de naburige zeedijk. Ook Antwerpen werd getroffen. Langs de kust en de Schelde vonden vele dijkverhogingen plaats na de watersnood.
In Engeland kwam de ramp als een grote verrassing. In Engeland werd 1.600 kilometer kust verwoest en kilometers dijk beschadigd, waardoor 1.000 vierkante kilometer aan land overstroomde. 30.000 mensen moesten geëvacueerd worden. Na de watersnood werden in Engeland plannen gemaakt die onder andere resulteerden in de Thames Barrier.
De mensen in heel Nederland luisterden continu via de radio naar het nieuws over de ramp, dat grote indruk maakte. Radioverslaggevers als Jan de Troye en Arie Kleijwegt van de VARA, Siebe van der Zee van de AVRO en Herman Felderhof en Goos Kamphuis van de NCRV maakten indringende verslagen. Omdat het zeer moeilijk was het rampgebied binnen te gaan werden de uitzendingen noodgedwongen vanuit de randgebieden gemaakt. Alleen daar was PTT-verbinding met de zenders in Hilversum mogelijk. Voor de hulpverlening noodzakelijke verbindingen vanuit het Nederlandse rampgebied werden vaak door radiozendamateurs verzorgd.
Bezoek van de koninklijke familie
Koningin Juliana, prins Bernhard, kroonprinses Beatrix en prinses Wilhelmina bezochten het rampgebied en de slachtoffers.
Civiele hulp
Een grote landelijke hulpactie kwam op gang, ondersteund door de radio. De NCRV-presentator Johan Bodegraven werd beroemd met de zeer succesvolle - en eerste massale - geldinzamelingsactie Beurzen open, dijken dicht. Zowel op lokaal, nationaal en internationaal niveau werd veel hulp geboden - in totaal zou er zo'n 138 miljoen gulden (62,5 miljoen euro) worden opgehaald voor de getroffenen. Ook werden er vanuit de hele wereld hulpgoederen (kleding, huisraad, linnengoed en voedsel) gestuurd. Het Rode Kruis ontving zoveel goederen dat ze na enige tijd niet meer wist wat ze er mee aan moesten. Een deel van de goederen is vervolgens verscheept naar andere rampgebieden of landen in de Derde Wereld. Al in 1953 werd begonnen met de wederopbouw van de getroffen gebieden. Vooral de Scandinavische landen leverden veel bouwmaterialen, soms zelf hele prefab-huizen. In heel Zeeland kan men ook nu nog huizen naar Zweedse, Noorse, Deense of Finse snit zien.
Militaire hulp
De Franse regering stuurde als eerste genietroepen naar de Nederlandse rampgebieden. Ook de Belgen, Amerikanen, Duitsers en Engelsen schoten te hulp.
Economie en Deltawerken
In de Nederlandse politiek kwam de discussie over de dijkbeveiliging op gang. De Deltacommissie werd ingesteld en het Deltaplan werd geboren, dat onder meer de afsluiting van enkele zeearmen behelsde. De wederopbouw en de totstandkoming van de Deltawerken brachten veel werkgelegenheid naar Zeeland. Bovendien was er door de hulp zoveel geld binnengekomen, dat veel slachtoffers financieel beter af waren dan voor de ramp. De provincie maakt in de jaren na de watersnood een bloeiperiode door, waardoor men in een paar jaar tijd tientallen jaren vooruitging. In Zeeland kent men daarom het cynische grapje: 'Heer, geef ons heden het dagelijks brood en elke vijf jaar een watersnood'. Voor heel Nederland groeide het bruto binnenlands product in het jaar van de ramp volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek met 8,4 procent, een ongehoord hoog percentage. De rijksoverheid schroefde de consumptie met tien procent op en de investeringen waren in 1953 zestig procent hoger dan het jaar ervoor. Dit alles gaf een krachtige positieve impuls aan de Nederlandse economie.
Aantal slachtoffers
Nederland
Kort na de ramp verzochten de burgerlijke autoriteiten het Rode Kruis om te zorgen voor de administratie van slachtoffers. Tot eind september 1953 publiceerde het Rode Kruis regelmatig overzichten van omgekomen en vermiste personen. De laatst gepubliceerde lijst is van eind september 1953 en telt 1795 slachtoffers. Ze zijn als volgt over de provincies verdeeld:
Noord-Brabant: 247
Noord-Holland: 6
Zeeland: 865
Zuid-Holland: 677
Later werd bekend dat er in Nieuwerkerk (Zeeland) tijdens de rampnacht nog twee kinderen zijn geboren. Beide kwamen met hun moeders om het leven. Verder staan er in de slachtofferlijst 97 vermiste of (nog) niet geïdentificeerde personen. Daar moeten de twee pasgeborenen aan worden toegevoegd. Na publicatie van de 'Volledige lijst' zijn er nog slachtoffers teruggevonden en geïdentificeerd. Het aantal vermisten of niet-geïdentificeerden is dus lager, maar het precieze aantal is onbekend.
Naast de slachtoffers in Nederland vergingen er enkele onder Nederlandse vlag varende schepen. Ter hoogte van Egmond aan Zee vergingen de haringkotter YM 60 Catharina Duyvis en de kustvaarder Salland, respectievelijk met 16 en 7 bemanningsleden. Onderweg van Cuxhaven naar King's Lynn moet ook de kustvaarder Westland met een tienkoppige bemanning zijn vergaan. Van de YM 60 en de Salland zijn later enige restanten teruggevonden. Van de Westland ontbreekt sinds de ramp elk spoor. In totaal zijn er tijdens de noordwesterstorm van 1953 hoogstwaarschijnlijk 33 Nederlandse zeelieden omgekomen.
Het totaal aantal personen, verblijvend in Nederland of op een Nederlands schip, van wie bekend is dat zij omgekomen zijn door of tijdens de noordwester storm of de watersnoodramp van februari 1953, komt daarmee op 1795 + 2 + 33 = 1830 personen.
Vaak wordt het aantal slachtoffers van de overstromingen, dus zonder de omgekomen zeelieden, gesteld op 1835. Dat is het voorlopige aantal slachtoffers zoals in februari 1954 door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerd. Het verschil met de hier genoemde bronnen is onverklaarbaar, aangezien de basisgegevens van het CBS verdwenen zijn. Waarschijnlijk is het toepassen van verschillende criteria de belangrijkste oorzaak. Op de 'Volledige lijst' van het Rode Kruis staat ten minste een persoon die op zondagmorgen een natuurlijke dood is gestorven. Verder staan er enkele militairen op die resp. op 2 en 4 februari tijdens reddingswerk omkwamen. Tot slot zijn er waarschijnlijk personen als gevolg van de watersnoodramp overleden nadat zij waren geëvacueerd. Hun aantal is onbekend.
België
In België verdronken gedurende de ramp 28 mensen.
Groot-Brittannië
In Engeland verloren 307 mensen het leven als gevolg van deze watersnoodramp.
Op zee
In totaal zijn door de februaristorm van 1953 ongeveer 220 zeelieden op zee omgekomen.
De watersnoodramp in de hedendaagse cultuur
Geschiedschrijving
De watersnood van 1953 heeft een belangrijke plaats in de Nederlandse geschiedschrijving en droeg middels die geschiedschrijving bij aan de Nederlandse identiteitsvorming in de decennia erna.
Selma Leydesdorff probeerde in 1993 in haar op oral history gebaseerde onderzoek naar de Zeeuwse ramp het nationale perspectief te verlaten opdat de getroffenen hun eigen geschiedenis zouden kunnen vertellen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn neergelegd in het boek Het water en de herinnering. Met de hierin weergegeven interviews zijn lijnen getrokken tussen de individuele herinneringen en is gekeken naar waar de overeenkomsten liggen. Wat opvalt, is dat de herinnering voor een deel collectief is, gebonden aan de regionale gebeurtenissen en omstandigheden. De geïnterviewden hebben wel geprobeerd een plaats te zoeken in de nationale herinnering, maar hebben die niet gevonden. Zij herkennen zich niet in de nationale trots, de Deltawerken, het spreekwoordelijke luctor et emergo (ik worstel en kom boven), de wapenspreuk van de Zeeuwen. Ze zijn er wel trots op, maar hun denken valt in de reeks: water, verdriet, bijna verdrinken, redding en veiligheid. Nationaal zou de reeks ongeveer luiden: Nederlandse identiteit, wederopbouw, beheersbaarheid van de natuur, technologische vernieuwing. In ieder geval een reeks waarin persoonlijk leed en bestaande angst van ondergeschikte betekenis zijn. Na het gezamenlijke in de herinnering van de geïnterviewden houdt collectiviteit op. Er volgt een verhaal over verdriet, verwerking en terugkeer naar het vernielde land. Niet alle geïnterviewden zijn slachtoffer gebleven, hoe zij worstelend zijn bovengekomen, bepaalt hun beeld van de ramp.
Kees Slager gaf in zijn boek 'De ramp' een reconstructie van gebeurtenissen en beslissingen door diverse instanties (1992). Hij ging ook in op de oorzaken en de gevolgen van de ramp. Daarvoor deed hij uitvoerig onderzoek in archieven en sprak met ruim 250 ooggetuigen. Hij onthulde niet eerder gepubliceerde feiten over vergeefse waarschuwingen voor de te zwakke zeewering, verwaarloosde dijken en slecht toegeruste hulporganisaties. In de heruitgave van 2003 verwerkte Slager nog meer materiaal. Het boek geeft een verslag van wat er zich van uur tot uur en van plaats tot plaats afspeelde.
Arie Kuijvenhoven onderzocht in 2005 onder meer het verloop van de watersnoodramp in Oude- en Nieuwe-Tonge op Overflakkee. Die dorpen werden vergeleken met Nieuwerkerk en Ouwerkerk op Duiveland. In die vier dorpen samen viel ruim 40% van het totaal aantal slachtoffers. Het onderzoek is gebaseerd op interviews van overlevenden en op grondig archiefonderzoek. Daaruit kwam onder meer naar voren dat de plaats waar men zich bevond van grote invloed was op de kans om de overstroming te overleven. De verschillen in kwaliteit van de woningen speelde lang niet altijd een doorslaggevende rol. Er waren straten en wegen waar geen enkel huis overeind bleef staan. Uit het onderzoek van Kuijvenhoven blijkt dat in sommige leeftijdsgroepen aanmerkelijk meer slachtoffers voor komen dan in andere. Ook het verschil tussen mannen en vrouwen is soms opvallend groot.
Canon van Nederland
De watersnood van 1953 is opgenomen in de Canon van Nederland. De commissie-Van Oostrom heeft deze watersnood erkend als een van de vijftig essentiële onderwerpen voor de Nederlandse geschiedenis in het voortgezet onderwijs.
De watersnoodramp in de sport
Naar aanleiding van de watersnoodramp van 1 februari 1953 organiseerden Bram Appel en Theo Timmermans samen met andere, in het buitenland spelende, Nederlandse beroepsvoetballers een officieuze interland tegen Frankrijk om zo geld voor de slachtoffers van de ramp in te zamelen. Het "uitschot" (zoals de profs in Nederland in die dagen werden bestempeld door de KNVB, voor wie 'betaald voetbal' nog een sportieve doodzonde was) speelde op 12 maart 1953 voor 8000 toegestroomde landgenoten in Parijs tegen het veel sterker geachte Frankrijk en won met 1 - 2. Deze voetbalwedstrijd zou de geschiedenis ingaan als de Watersnoodwedstrijd.
De watersnoodramp in de muziek
In 1988 namen The Amazing Stroopwafels het lied "Voor de storm" op. Dit lied gaat over de dag voordat de storm uitbrak.
Componist Jan Bosveld schreef een concertwerk voor Fanfareorkest over de ramp en de herdenking ervan in het dorp Oude-Tonge waar in 1953 vele dorpelingen verdronken. De compositie, die in 2009 in première ging te Oude Tonge, is getiteld Grijsoord.
De watersnoodramp als theater
In 2011 kwam het tot een musical getiteld '1953, de musical'. Hoofdrollen worden vertolkt door Ben Cramer en Joke de Kruijf.
De watersnoodramp in de film
In 2009 kwam de film 'De Storm' uit van regisseur Ben Sombogaart. De belangrijkste spelers zijn Sylvia Hoeks en Barry Atsma.

Tja geschiedenis... Al is me niet duidelijk waarom ik het een watersnoodramp noem en Wikipedia spraakt over een Watersnood, als in nood aan water? Euhhhhhh ;-) Grapjes moeten kunnen, zeker na 60 jaar... Sorry...

Anyways, ook op Youtube is er uiteraard het een en ander te vinden, kijkt U even mee...???






Enfin, laten we hieronder in de comments verder gaan...




 
1119 AD
Gebruikersavatar
Toxopeus
Administrator
Administrator
Berichten: 4231
Lid geworden op: ma 15 nov 2010, 19:53

do 31 jan 2013, 00:06

In de erfenis der eeuwen ligt veel wijsheid opgetast. Ook hier geldt: dwaas is hij die zijn eigen geschiedenis versmaadt.
Plaats reactie

Terug naar “Geschiedenis”